Nieuwsbrief voor overheden

Bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland stond de vraag centraal of het de inschrijver vrij stond om meer te bieden dan dwingend in het bestek was voorgeschreven.

De gemeente Hoorn wenst een hockeycomplex te realiseren en heeft een meervoudige onderhandse aanbesteding uitgeschreven. Meerdere partijen, waaronder CSC en BAM/Nootenboom, zijn uitgenodigd.

De gemeente maakt kenbaar dat CSC de meest gunstige aanbieding heeft gedaan en dat de gemeente voornemens is de opdracht aan CSC te gunnen. Met betrekking tot het beeldkwaliteitsplan luidt de motivatie van de beoordelingscommissie:

“Verrassend ontwerp waarbij duidelijke meerwaarde is gecreëerd. Optimaal zicht op alle velden vanuit de kantine. Er worden duurzame materialen gebruikt waarbij ook gelet is op de onderhoudskosten ten aanzien van de gebruikte materialen. Het geheel levert een hoge architectonische waarde en sluit volledig aan op de impressies van vereniging. Het overtreft dat wat wordt gevraagd door bijvoorbeeld de toevoeging van de functionele ruimte, een groter terras en een aparte ruimte voor de jeugd.”’ Mooier kan haast niet, tot BAM/Nootenboom met het bezwaar kwam dat de inschrijving van CSC niet voldeed aan het bestek. Dit was voor de gemeente aanleiding de inschrijving van CSC ongeldig te verklaren:

“Bij nadere controle blijkt, dat uw inschrijving niet aan al onze eisen voldoet en dat we uw inschrijving daarom ongeldig moeten verklaren. Het gaat hierbij om het feit dat u een gebouw heeft aangeboden dat op de eerste verdieping groter is dat op basis van de aanbestedingsstukken is toegestaan en dat beschikt over multifunctionele ruimtes, hetgeen op basis van de aanbestedingsstukken evenmin is toegestaan.”

CSC vordert in rechte de gemeente te veroordelen om de brief waarbij de inschrijving ongeldig is verklaard, als niet geschreven te beschouwen, althans om te handelen alsof die brief niet is geschreven.

De voorzieningenrechter: “Nu de beoordelingscommissie uitdrukkelijk heeft overwogen dat de aanbieding van CSC ‘overtreft dat wat wordt gevraagd door bijvoorbeeld de toevoeging van de functionele ruimte, een groter terras en een aparte ruimte voor de jeugd.’ komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat hetgeen CSC in strijd met de dwingend voorgeschreven regels heeft aangeboden, (mede) heeft geleid tot haar gunning. Door in strijd met deze regels te handelen heeft CSC op oneigenlijke wijze een concurrentievoordeel behaald ten opzichte van andere inschrijvers, waaronder BAM/Nootenboom.”

De gemeente heeft de inschrijving van CSC terecht en op juiste gronden ongeldig verklaard. De inschrijving van een aanbieder die dus meer aanbiedt dan is gevraagd, dient ongeldig te worden verklaard.  

Rb. Noord-Holland 28 maart 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNHO:2014:2849

Door mr. J.J. Jacobse

"

Actualiteiten overzicht