Nieuwsbrief voor overheden
Ontslag op grond van artikel 8:3, lid 1, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) is geen grond voor het toekennen van een plus. Daarmee is er evenmin grond voor toekenning van een vergoeding op grond van het leerstuk van de nadeelcompensatie.
Aan een ambtenaar in dienst bij gemeente Hilvarenbeek is meegedeeld dat haar functie wordt opgeheven en dat zij boventallig wordt verklaard. Na daartoe het voornemen kenbaar te hebben gemaakt, waarop de ambtenaar haar zienswijze naar voren heeft gebracht, heeft het college de ambtenaar eervol ontslag verleend op grond van artikel 8:3, eerste lid, van de CAR/UWO.
De ambtenaar heeft in beroep naar voren gebracht dat zij geen herstel van het dienstverband wenst, maar dat zij van mening is dat zij recht heeft op een (extra) ontslagvergoeding, dan wel nadeelcompensatie. Hiertoe is aangevoerd dat het college niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting om ontslag dan wel werkloosheid te voorkomen. Verder heeft de ambtenaar gesteld dat zij door de schending van de geheimhoudingsplicht immateriële schade heeft geleden.
De rechtbank heeft ten aanzien van het verzoek om nadeelcompensatie geoordeeld dat dit valt buiten de omvang van het geding. Ter voorlichting van partijen heeft de rechtbank wel opgemerkt dat een beroep op nadeelcompensatie alleen kan slagen als er een wettelijke grondslag bestaat voor het geven van een nadeelcompensatie; titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is nog niet in werking getreden. Het beroep op de ontslagvergoeding slaagt niet, alleen al omdat geen sprake is van een ontslag op grond van artikel 8:8 van het CAR/UWO. Inzake de geclaimde schade in verband met gestelde schending geheimhoudingsplicht overeengekomen tijdens mediation, is de bestuursrechter op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb niet bevoegd.
De Raad is van oordeel dat voor toepassing van de zogenoemde CRvB-formule, die wordt gebruikt voor de berekening van de ontslagvergoeding bij een ontslag op grond van artikel 8:8 van de CAR/UWO (de zogeheten plus), geen grond bestaat. Het ontslag van de ambtenaar in casu is gestoeld op een reorganisatie. In artikel 10d:4, eerste lid, van de CAR/UWO is voorgeschreven dat voor de ambtenaar die op grond van artikel 8:8 wordt ontslagen een passende regeling wordt getroffen. Een vergelijkbare bepaling ontbreekt ten aanzien van de overige ontslaggronden van de CAR/UWO. Nu de ambtenaar is ontslagen op grond van artikel 8:3, eerste lid, van de CAR/UWO is er geen grond voor het toekennen van een plus. Daarmee is er evenmin grond voor nadeelcompensatie.
CRvB 15 maart 2018, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:CRVB:2018:774
Door Najima Khan
"