Nieuwsbrief voor overheden

Een geestelijk verzorger van defensie die grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond mag worden ontslagen vanwege ongeschiktheid voor de functie. De ongeschiktheid vloeit niet voort uit medische redenen. Vanwege de aard van de functie en de ernst van de gedragingen heeft de minister terecht afgezien van het bieden van een verbeterkans.

Het ministerie van Defensie heeft diverse geestelijk verzorgers in dienst. In het kader van hun masteropleiding Humanistiek liep een tweetal vrouwelijke stagiaires mee met zo’n verzorger. De contacten tussen de stagiaires en de ambtenaar verliepen niet strikt zakelijk. Met één stagiaire heeft de ambtenaar persoonlijk gesproken over zijn eigen seksualiteit en over seksueel misbruik in zijn jeugd. Dit werd door de stagiaire als grensoverschrijdend ervaren. Met de andere stagiaire heeft de ambtenaar een afspraakje naar de bioscoop gehad, waarna hij ongewenste intieme handelingen heeft verricht.

Nadat de minister van beide stagiaires een melding over onprofessioneel, grensoverschrijdend gedrag heeft ontvangen, is aan de ambtenaar ontslag verleend vanwege onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt. Volgens de minister heeft de ambtenaar door zijn gedrag zijn positie en geloofwaardigheid in zijn functie in het gedrang gebracht.

De ambtenaar heeft bezwaar en vervolgens beroep aangetekend. De rechtbank heeft de ambtenaar in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat de ongeschiktheid voortvloeit uit een medische aandoening. De ambtenaar heeft dit niet aangetoond, waarna het beroep is afgewezen.

In hoger beroep stelt de ambtenaar zich op het standpunt dat aan hem ten onrechte geen verbeterkans is geboden. De Centrale Raad overweegt eerst dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is dat de ongeschiktheid van de ambtenaar een medische oorzaak heeft. Ten aanzien van de verbeterkans overweegt de Centrale Raad dat de functie een vertrouwensfunctie betreft, waardoor er geen ruimte is om direct toezicht op de ambtenaar te houden. Inherent aan de functie is dat de ambtenaar zelf zijn professionele grenzen dient te bewaken en te handhaven. De ambtenaar heeft er onvoldoende blijk van gegeven dat hij hiertoe in staat is. Vanwege de aard van de functie in combinatie met de aard en ernst van het grensoverschrijdend gedrag mocht de minister afzien van het bieden van een verbeterkans.

CRvB 24 november 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2016:4492

Door Marlies Blesgraaf

"

Actualiteiten overzicht