Nieuwsbrief voor overheden

Een kort geding met betrekking tot een gevoerde aanbestedingsprocedure wordt gestart met het betekenen van een summiere dagvaarding, waarin de stellingen niet worden onderbouwd. Vervolgens wordt ter aanvulling en toelichting van de gronden vier dagen voor de zitting een akte ingediend. Het gevolg is dat de akte buiten beschouwing wordt gelaten en een nietige dagvaarding resteert.

Een inschrijver op de Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het groenonderhoud ten behoeve van de gemeente Leiden maakt een kort geding aanhangig.

In een summiere dagvaarding stelt inschrijver dat (i) de gunningsvoornemens onjuist zijn, (ii) de beoordeling niet heeft plaatsgevonden conform de Aanbestedingsleidraad, (iii) haar inschrijving ten onrechte nul punten heeft gescoord, (iv) de andere inschrijvers te hoge scores hebben gekregen, (v) de inschrijving en motivering van de gunningsbeslissing zich niet tot elkaar verhouden voor wat betreft de beoordelingsnorm, (vi) aan haar inschrijving in ieder geval de score “voldoet aan verwachting” had moeten worden toegekend, (vii) haar inschrijving ten onrechte niet relaties is beoordeeld en (viii) onduidelijk is of de beoordelingscommissie de juiste samenstelling had.

De inschrijver heeft die vrij algemene stellingen niet nader toegelicht of onderbouwd. Ook niet aan de hand van producties. Er worden drie producties aangehaald in de dagvaarding maar die worden niet (mee) betekend of dadelijk na betekening ter hand gesteld.

De aanbestedende dienst heeft per brief gereageerd op de dagvaarding met het bericht dat zij geen verweer kan voeren en verzoekt de inschrijver om binnen een bepaalde termijn in een akte alsnog de stellingen te onderbouwen. De akte wordt ingediend, maar pas vier dagen voor de hoorzitting.

De voorzieningenrechter maakt hier korte metten mee. De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rechtsvordering (Rv) een dagvaarding de eis en de gronden daarvan moet vermelden. Onder de gronden van de eis moet worden verstaan de feitelijke grondslag van de vordering of een voldoende gedetailleerd feitencomplex dat het verlangde rechtsgevolg rechtvaardigt. De eis en/of gronden kunnen later nog worden aangevuld of gewijzigd, ook in kort geding, maar daaraan worden wel grenzen gesteld.

Op basis van de dagvaarding kon de aanbestedende dienst geen verweer voorbereiden, aldus de voorzieningenrechter. De dagvaarding voldoet niet aan de eis van artikel 111 lid 2 onder d Rv. de dagvaarding is daarom in beginsel nietig. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de inschrijver op een ontoelaatbare wijze het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door in een veel te laat stadium nieuwe (feitelijke) en voor het geschil essentiële stellingen in te dienen. De aanbestedende dienst heeft onvoldoende gelegenheid gehad om behoorlijk verweer te (kunnen) voeren. De voorzieningenrechter merkt bovendien op dat deze houding op gespannen voet staat met het karakter van het aanbestedings(proces)recht, waarin voortvarendheid en pro-activiteit van betrokkenen wordt verlangd. De akte moet daarom buiten beschouwing blijven. Wat overblijft is de nietige dagvaarding die door inschrijver niet is hersteld en daarom door de voorzieningenrechter nietig is verklaard.

Rb Den Haag 27 maart 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2019:3007

Door Ingrid van der Hoeven

"

Actualiteiten overzicht