Nieuwsbrief voor overheden

Betrokkene was ambtenaar bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. In 2011 heeft zich een incident voorgedaan waarbij betrokkene geweld heeft gebruikt tegen een gedetineerde. Naar aanleiding hiervan is een disciplinair onderzoek ingesteld. Na afronding van het onderzoek is betrokkene strafontslag opgelegd wegens het plegen van buitenproportioneel geweld en feiten die betrekking hebben op de administratieve afwikkeling hiervan, de opstelling van betrokkene in het daarop volgende onderzoek en het niet melden van enkele (eerdere) feiten.

De rechtbank heeft overwogen dat het gebruik van buitenproportioneel geweld voldoende is komen vast te staan, dat dit plichtsverzuim oplevert en dat niet kan worden geconcludeerd dat het plichtsverzuim betrokkene niet of verminderd valt toe te rekenen. De straf van ontslag vond de rechtbank echter onevenredig aan het plichtsverzuim. Daartoe overwoog de rechtbank dat betrokkene bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter is ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege een gegrond beroep van betrokkene op noodweer(exces). Dit houdt in dat betrokkene niet schuldig was aan het na het eindigen van de noodweersituatie doorgaan met het gebruik van geweld. De Centrale Raad is het met dit laatste oordeel van de rechtbank niet eens. Met de vaststelling dat er sprake is geweest van buitenproportioneel geweld en de kwalificatie hiervan als plichtsverzuim en de toerekenbaarheid hiervan aan betrokkene, is zijn strafbaarheid kennelijk een gegeven. Het vonnis van de strafrechter is volgens de Centrale Raad in beginsel niet van belang voor de bestuursrechtelijke beoordeling van de disciplinaire bestraffing. De Centrale Raad kan de rechtbank dan ook niet volgen in haar oordeel dat de opgelegde disciplinaire straf van ontslag op de door de rechtbank genoemde gronden als onevenredig zou moeten worden beschouwd. De Centrale Raad is van oordeel dat de opgelegde straf van ontslag gezien de ernst van het plichtsverzuim niet als onevenredig moet worden beschouwd. De lange duur van het dienstverband van betrokkene bracht eerder mee dat betrokkene er heel goed mee bekend kon zijn hoe hij zich had te gedragen. Het ontslag blijft dus in stand.

CRvB 20 februari 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2014:550

Door mr. drs. B.F.Th. de Moor

"

Actualiteiten overzicht