Nieuwsbrief voor overheden
Eigenaren van een vrijstaande woning zien gestapelde nieuwbouw verrijzen op 28 meter van hun perceel. Zij claimen planschade. De Afdeling heeft overwogen dat een waardevermindering van vijf procent als gevolg van een normale maatschappelijke ontwikkeling, zoals woningbouw op een inbreidingslocatie, die bovendien in de lijn der verwachtingen lag, voor rekening van de aanvrager kan worden gelaten.
De eigenaren van een vrijstaande woning in Beuningen hebben verzocht om vergoeding van planschade die zij zeggen te lijden door een bestemmingsplan dat op 28 meter van hun woning nieuwe (gestapelde) woningbouw toestaat. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college van burgemeester en wethouders van Beuningen zich terecht heeft gebaseerd op een planschade-advies waarin is opgenomen dat een normaal maatschappelijk risico geldt van 2,65 procent van de waarde van het perceel.
Standvast, de woningstichting die de gestapelde woningbouw realiseert, heeft in hoger beroep betoogd dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil is getreden door een eigen motivering te geven ten aanzien van het normaal maatschappelijk risico. Standvast meent dat de planschade geheel tot het normaal maatschappelijk risico had moeten worden gerekend.
De Afdeling heeft overwogen dat het bestuursorgaan weliswaar beoordelingsruimte toekomt bij de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico, maar dat de rechter feiten kan aanvullen en de feiten die aan het besluit ten grondslag zijn gelegd anders kan waarderen dan het bestuursorgaan in het besluit heeft gedaan.
Vervolgens is de Afdeling ingegaan op de door Standvast opgeworpen vraag of het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de planschade niet geheel onder het normaal maatschappelijk risico valt. De Afdeling heeft in dat kader overwogen dat inbreiding van woningen in een bestaande woonkern in beginsel een normale maatschappelijke ontwikkeling is. Ook heeft de Afdeling, in tegenstelling tot de rechtbank, overwogen dat (gestapelde) nieuwbouw op deze locatie in de lijn der verwachtingen lag. Ook in de directe omgeving is immers gestapelde woningbouw aanwezig.
Ten slotte heeft de Afdeling de vraag beantwoord of een waardevermindering van vijf procent als gevolg van een normale maatschappelijke ontwikkeling, zoals woningbouw op een inbreidingslocatie, die bovendien in de lijn der verwachtingen lag, zodanig zwaar is dat deze schade niet voor rekening van de aanvrager kan worden gelaten. De Afdeling heeft geconcludeerd dat een waardevermindering van vijf procent van de waarde in deze categorie gevallen in beginsel tot het normaal maatschappelijk risico van de aanvrager behoort.
ABRvS 21 juni 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2017:1653
Door Ad Schreijenberg
"