Nieuwsbrief voor overheden
Een ambtenaar kreeg een onvoldoende beoordeling en werd mede op basis hiervan ontslagen wegens ongeschiktheid anders dan wegens ziekte of gebreken. In artikel 10d:15, tweede lid, van de CAR/UWO, zoals dat toen luidde, is bepaald dat bij ontslag op grond van artikel 8:6 als voorwaarde om in aanmerking te komen voor een nawettelijke uitkering geldt dat het ontslag is gelegen in omstandigheden binnen de werksfeer. In de toelichting staat dat bij ontslag wegens ongeschiktheid/onbekwaamheid in het ontslagbesluit moet worden vastgesteld of er sprake was van ontslag gelegen “in omstandigheden binnen de werksfeer”. Dit betekent volgens de toelichting dat de ambtenaar zelf geen schuld heeft aan de ongeschiktheid of onbekwaamheid.
De betrokken ambtenaar heeft zich op het standpunt gesteld dat de nawettelijke uitkering ten onrechte was geweigerd, omdat het ontslag was gelegen in omstandigheden binnen de werksfeer. In dit verband voerde zij aan dat het ontslag niet te wijten zou zijn geweest aan een onjuiste houding, aangezien zij steeds loyaal en naar beste vermogen heeft meegewerkt. Uit gedingstukken en het verhandelde ter zitting komt volgens de Centrale Raad naar voren dat betrokkene zich heeft ingezet om zich te verbeteren. Dit rechtvaardigt volgens de Centrale Raad de conclusie dat het ontslag is gelegen in omstandigheden binnen de werksfeer. Gelet op de toelichting bij artikel 10d:15, tweede lid, betekent dit dat betrokkene zelf geen schuld heeft aan de ongeschiktheid. De nawettelijke uitkering is dan ook ten onrechte geweigerd.
CRvB 6 februari 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2014:1754, gepubliceerd 21 mei 2014
"