Nieuwsbrief voor overheden
Recent is een zaak voorgelegd aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam waarin de inschrijver zich op het standpunt stelde dat de mededeling van de gunningsbeslissing een subjectieve motivering bevatte en niet verifieerbaar was.
De aanbesteding in kwestie zag op de levering en/of montage van banden voor auto’s, bestelauto’s en vrachtwagens. Het gunningscriterium was de economisch meest voordelige inschrijving. De kwaliteit werd beoordeeld aan de hand van procesbeschrijvingen op drie verschillende onderdelen. Twee partijen schreven in en de nummer twee heeft het uiteindelijk afgelegd op slechts twee punten verschil.
Waar moet de mededeling van de gunningsbeslissing dan eigenlijk aan voldoen?
De mededeling van de gunningsbeslissing moet voldoen aan artikel 2.130 Aanbestedingswet:
“1. De mededeling van de gunningsbeslissing aan iedere inschrijver of gegadigde bevat de relevante redenen voor die beslissing, alsmede een nauwkeurige omschrijving van de opschortende termijn, bedoeld in artikel 2.127, eerste lid, die van toepassing is.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder relevante redenen in ieder geval verstaan de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving alsmede de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst.”
De voorzieningenrechter overweegt dat de door de aanbestedende dienst in haar afwijzingsbrief gebruikte termen als “omslachtiger”, “minder duidelijk”, “minder relevant”, en “minder helder en volledig” niet zonder meer objectief zijn. Deze termen zeggen immers niets meer dan dat een inschrijving op een onderdeel minder goed is. Maar zo overweegt de voorzieningenrechter:
“Een deugdelijke motivering vereist echter dat ook wordt uitgelegd waaróm een inschrijving op enig onderdeel minder goed is.”
De voorzieningenrechter acht de afwijzingsbrief niet adequaat, maar doordat de aanbestedende dienst op een later moment (toen de procedure al aanhangig was gemaakt) middels een nadere toelichting alsnog adequaat heeft gemotiveerd redt de aanbestedende dienst het in dit geval. De voorzieningenrechter oordeelt wel dat er sprake is van nodeloos door de aanbestedende dienst veroorzaakte proceskosten en de voorzieningenrechter heeft de aanbestedende dienst daarom veroordeeld in de proceskosten.
Kortom: hecht belang aan een deugdelijke motivering en wacht daar niet te lang mee…
Vzr. rb. Rotterdam 3 december 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBROT:2014:9809
Door mr. J.J. Jacobse en mr. I. van der Hoeven
"