Nieuwsbrief voor overheden
Voor de nieuwbouw van het Museum Boijmans Van Beuningen moest een architect worden geselecteerd. Eén van de architecten vond het een goed idee om tijdens de aanbestedingsprocedure een gesprek te hebben met de directeur. Niet ter discussie stond dat de aanbesteding als zodanig onderwerp is geweest van dat gesprek.
De gemeente komt een tijdje na inschrijving tot de ontdekking dat een dergelijk gesprek heeft plaatsgevonden. Betreffende architect wordt uitgesloten vanwege schending van de communicatievoorschriften.
De uitgesloten architect laat het er niet bij zitten. Hij vindt het niet terecht dat hij vanwege het gesprek met de directeur buitenspel staat. In kort geding wordt geoordeeld dat de gemeente door deze uitsluiting inderdaad ten onrechte een extra, voorheen niet als zodanig ondubbelzinnig kenbare, uitsluitingsgrond hanteert. Daartegen verzet het aanbestedingsrecht zich volgens de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Wat had de gemeente dan moeten doen? De gemeente had volgens de voorzieningenrechter bijvoorbeeld moeten heraanbesteden, om in te grijpen na een vermeende schending van fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht. Nu de gemeente dat niet heeft gedaan moet worden beoordeeld of het zogenaamde ‘level playing field’ door toedoen van betreffende architect daadwerkelijk is verstoord. Daarvoor vindt een analyse plaats van de gunningscriteria in relatie tot datgene wat tijdens het gesprek aan de orde is gekomen.
Het oordeel van de voorzieningenrechter is dat voorshands onvoldoende aannemelijk is dat betreffende architect door het gesprek met de directeur een zodanig relevante kennisvoorsprong had dat daardoor de mededinging is vervalst of uitgeschakeld. Aldus is niet aannemelijk dat het ‘level playing field’ verstoord is geraakt. De gemeente heeft betreffende architect ten onrechte uitgesloten. Nu deze de economisch meest voordelige aanbieding heeft gedaan, dient de opdracht aan betreffende architect te worden gegund, mocht de gemeente nog wensen te gunnen.
Van belang is en blijft om te bezien of er halverwege de procedure gegronde redenen zijn om tot heraanbesteden over te gaan. Gebeurt dat niet, dan moet er wellicht zaken worden gedaan met een partij die in de visie van de aanbestedende dienst niet zuiver heeft geopereerd.
Vzr. Rb. Rotterdam 4 februari 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBROT:2014:692
Door mr. J.J. Jacobse
"