Nieuwsbrief voor overheden
Onder omstandigheden kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan de enige huurder van een woning, zodat iemand die daar anders dan incidenteel verblijft in de woning kan achterblijven om de gewenste afkoelingsperiode te creëren. Het ontbreken van een juridische aanspraak van de achterblijver op de woning kan relevant zijn bij de beoordeling om gebruik te maken van de bevoegdheid om een huisverbod op te leggen, maar hoeft er niet aan in de weg te staan.
Een man kreeg door de burgemeester van Amsterdam een huisverbod opgelegd, nadat hij zijn ex-partner in elkaar had geslagen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam liet het besluit van de burgemeester tot het opleggen van het huisverbod niet in stand. Daarbij had de voorzieningenrechter overwogen dat de man enig huurder is van de woning en dat zijn ex-partner daarom geen juridische aanspraak kan maken op de woning als de man dat niet wil.
De burgemeester heeft tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter hoger beroep ingesteld bij de Afdeling. In hoger beroep werd de uitspraak van de voorzieningenrechter niet in stand gelaten.
De Afdeling heeft overwogen dat een aan de man opgelegd strafrechtelijk contactverbod kennelijk niet effectief was, omdat dit voortdurend werd overtreden. De Afdeling sluit niet uit dat het ontbreken van een juridische aanspraak op de woning relevant kan zijn bij de beoordeling of de burgemeester gebruik moet maken van zijn bevoegdheid. In dit geval hoefde de burgemeester die omstandigheid niet van doorslaggevend belang te achten. Daarbij is van belang dat niet de verwachting bestond dat de ex-partner binnen 10 dagen (de duur van het huisverbod) uit de woning zou worden gezet of anderszins de toegang tot de woning zou worden ontzegd.
Over het feit dat de man niet in zijn eigen woning kon verblijven was de Afdeling kort: dat is inherent aan het huisverbod.
Niet een civielrechtelijke aanspraak, maar de feitelijke situatie is hier dus van doorslaggevend belang voor het in stand laten van een bestuursrechtelijke herstelsanctie.
ABRvS 19 september 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2018:3052
Door Ad Schreijenberg
"