Nieuwsbrief voor overheden

Opdrachtnemer die bij een aannemingsovereenkomst de UAV-GC 2005 van toepassing verklaard, heeft de mogelijkheid om terughoudend te zijn met de te verstrekken informatie. Dit leidt tot aansprakelijkheid van de opdrachtnemer op het moment dat blijkt dat die informatie onvolledig was. Voor onjuiste informatie is de opdrachtgever altijd verantwoordelijk.

 

Op 16 november 2011 is de gemeente de aanbestedingsprocedure gestart van ‘het project C. te X. op het terrein van de voormalige D.’ conform de concurrentiegerichte dialoog op basis van het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005). De gemeente heeft op 12 september 2013 de uitvoering van het project aan opdrachtnemer opgedragen. Artikel 1.2 van de basisovereenkomst (n.b. voor het totale project zijn drie overeenkomsten gesloten) bepaalt dat van toepassing zijn de UAV-GC 2005 en de daarop door de opdrachtgever aangebrachte wijzigingen, zoals vermeld in annex X bij de Vraagspecificatie.

De opdrachtnemer dient een meerwerkclaim in vanwege aangetroffen asbest, bodemverontreiniging en vervuilde obstakels. Deze claim komt uit op meer dan 3,5 miljoen euro. De gemeente acht zich niet gehouden om dit bedrag te voldoen, waarna de opdrachtnemer in eerste aanleg bij de Raad van Arbitrage (RvA) in het ongelijk wordt gesteld. De opdrachtnemer stelt hoger beroep in.

In die procedure stellen arbiters, voordat zij de verschillende onderdelen van de claim bespreken, dat het uitgangspunt van de UAV-GC 2005 is dat de opdrachtgever bepaalt welke informatie hij beschikbaar stelt aan de opdrachtnemer, behoudens het bepaalde in paragraaf 3 lid 1 sub a UAV-GC 2005 (zie ook een eerdere uitspraak van 16 februari 2018, 35.734). Op grond van paragraaf 3 lid 2 UAV-GC 2005 is de opdrachtgever verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem aan de opdrachtnemer ter beschikking gestelde informatie, behoudens het bepaalde in paragraaf 4 lid 7 UAV-GC 2005 omtrent de waarschuwingsplicht van de opdrachtnemer. Dit uitgangspunt is ook van toepassing in de in annex X gewijzigde tekst van paragraaf 3 lid 2 UAV-GC 2005, aldus de arbiters in hoger beroep.

Zij vervolgen: “De verantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor de ter beschikking gestelde informatie is in dit geval uitdrukkelijk beperkt tot informatie die onjuist zou zijn. Van die verantwoordelijkheid is uitgesloten dat de informatie onvolledig zou zijn. Arbiters achten deze beperking niet ongeoorloofd. Van een afwijking van de UAV-GC 2005 is geen sprake, nu in de UAV-GC 2005 slechts gesproken wordt van inhoud van de informatie en niet van de omvang daarvan. Voor onvolledige informatie staat de opdrachtgever derhalve niet in. Een redelijke uitleg van de begrippen “juistheid” en “feitelijke onjuistheden”, zoals in annex X gebruikt, brengt echter wel mee dat indien, niettegenstaande de uitsluiting van de verantwoordelijkheid voor het onvolledig zijn van de informatie, de verstrekte informatie de indruk wekt of redelijkerwijs heeft mogen wekken dat de informatie op een of meer onderdelen wel volledig is, terwijl dat feitelijk niet het geval is, de informatie alsdan ook onder het begrip onjuist valt en aanleiding kan geven tot kostenvergoeding en/of termijnverlenging.”

In het licht van voorgaande overwegingen oordelen arbiters vervolgens dat uit het verstrekte asbestinventarisatierapport niet afgeleid kan worden dat er geen asbest aanwezig zou zijn en dat opdrachtnemer ervan moest uitgaan dat de verstrekte informatie over de obstakels niet volledig was en van aannames is uitgegaan. Ten aanzien van extra aangetroffen funderingspalen stellen arbiters vast dat de opdrachtnemer wist dat er gegevens ontbraken en daarom niet bij de gemeente heeft verzocht. De slotsom is dat de gehele vordering van de opdrachtnemer wordt afgewezen.

RvA 6 november 2019, www.raadvanarbitrage.info: 36.364

Door Anouk Broekman-de Feijter 

"

Actualiteiten overzicht