Nieuwsbrief voor overheden

Bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland stond de vraag centraal hoe een normaal oplettend en redelijk geïnformeerd inschrijver de eis “variabel instelbare stijfheid van een colonoscoop” in de aanbestedingsdocumenten had moeten begrijpen. De eisende partij, Olympus, had ingeschreven met een duurdere colonoscoop dan andere inschrijvers. Olympus koos voor de duurdere variant omdat in de Nota van Inlichtingen was aangegeven dat met stijfheidsinstelling bedoeld werd een mechanisme waarmee de stijfheid variabel instelbaar is.

Radboud UMC heeft “geëist dat de stijfheid variabel instelbaar moet zijn maar niet hoe, althans niet hoe het mechanisme waarmee de stijfheid variabel instelbaar is technisch uitgevoerd dient te worden”. Het UMC wilde zodoende de markt voor potentiële inschrijvers niet inperken.

De voorzieningenrechter overweegt dat “de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de stukken zijn gesteld”, centraal staat. “De bedoelingen van de aanbestedende dienst zijn daarbij dus niet van belang, tenzij deze bedoelingen uit de aanbestedingsdocumenten en de toelichting kenbaar zijn”. De rechter oordeelt dat genoemde eis multi-interpretabel is. Gedaagde, Radboud UMC, wordt veroordeeld tot intrekking van de procedure en bij heraanbesteding tot een nieuwe aanbestedingsprocedure.

Een tweede zaak in dit verband gaat over een aanbestedingsprocedure van Rijkswaterstaat waar sprake is van vier geldige inschrijvingen. Aan de hand van gunningscriteria is de Combinatie in rangorde nummer één geworden en MVO is nummer drie. Naar blijkt heeft MVO een bepaalde bijlage bij het bestek anders geïnterpreteerd dan Rijkswaterstaat en de Combinatie.

De voorzieningenrechter concludeert dat de bijlage ruimte biedt voor twee interpretaties en dat dit in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers en het transparantiebeginsel. Van een kennelijke fout van MVO is geen sprake, een heraanbesteding is ingrijpend en kost tijd. De voorzieningenrechter gebiedt Rijkswaterstaat dan ook tot herstel van de inschrijvingsprijs van MVO en tot herbeoordeling. Als Rijkswaterstaat het voornemen heeft om vervolgens te gunnen aan MVO gaat de Combinatie in beroep.

In hoger beroep kantelt deze zaak en wordt het Rijkswaterstaat verboden de opdracht aan een ander te gunnen dan aan de Combinatie. Het hof geeft aan dat de wat ongelukkig geformuleerde titel van de bijlage voor verwarring kan hebben gezorgd, “maar een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver zou, de samenhang tussen de tekst van het document en tekst van de bijlage overziende” niet tot een andere conclusie kunnen komen dan Rijkswaterstaat en de Combinatie hebben gedaan. “En zo de alerte inschrijver daarover nog twijfel gehouden zou hebben, had het op zijn weg gelegen daarover bij Rijkswaterstaat opheldering te vragen (hetgeen MVO niet heeft gedaan omdat zij niet twijfelde).”

Deze uitspraken laten zien dat ook alertheid van de inschrijver mag worden verwacht.

Rb. Gelderland 10 februari 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBGEL:2014:1610

Hof Den Haag 25 februari 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHDHA:2014:538

Door mr. J.J. Jacobse

"

Actualiteiten overzicht