Nieuwsbrief voor overheden

Een man intimideert de buurt waar hij voorheen heeft gewoond. Omwonenden verzoeken de burgemeester de man een gebiedsverbod op te leggen. Zowel de man zelf als de omwonenden dienen een verzoek om een voorlopige voorziening in. De man om het gebiedsverbod te schorsen, de omwonenden om het gebiedsverbod uit te breiden. De voorzieningenrechter doet geen van beide en laat het besluit van de burgemeester voorlopig in stand.

 

Op grond van artikel 172a, lid 1 onder a van de Gemeentewet (Gemw) kan de burgemeester:

  • aan een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad;
  • dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad;
  • bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde;
  • een bevel geven zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente.

Deze bevoegdheid komt voort uit de Wet MBVEO, de zogenoemde Voetbalwet.

De burgemeester van Someren heeft met toepassing van deze bevoegdheid aan een inwoner op verzoek van omwonenden op 30 mei 2017 met ingang van die datum een gebiedsverbod voor drie maanden opgelegd voor een perceel in die gemeente. In de stallen van de man werd eerder een drugslaboratorium ontdekt. Inmiddels woont de man er niet meer, maar zijn voormalige buren ondervinden nog steeds veel overlast van hem. Hij heeft zich volgens hen schuldig gemaakt aan fysieke bedreigingen, intimidatie, het veroorzaken van stank en ongedierte, handel in drugs en andere overtredingen van de wet.

In het besluit van de burgemeester zijn feiten opgesomd die de stelling van de burgemeester dat de openbare orde herhaaldelijk verstoord werd onderbouwen. Ook heeft de burgemeester gemotiveerd zijn vrees uitgesproken voor verdere verstoring van de openbare orde.


De man heeft geen toestemming verleend om de onder geheimhouding aan de rechtbank overgelegde stukken die dit (mede) onderbouwen bij haar oordeel te betrekken. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de gevolgen hiervan voor rekening en risico van de man komen.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het gebiedsverbod waarschijnlijk in bezwaar stand zal houden en schorst het dus niet. Hoewel de voorzieningenrechter constateert dat aan het besluit een zorgvuldigheidsgebrek kleeft omdat de burgemeester in de besluitvorming geen rekening heeft gehouden met het uitbreidingsverzoek heeft zij ook geoordeeld dat dit gebrek in bezwaar zou kunnen worden hersteld. Omdat het besluit waarschijnlijk standhoudt en de door de buren gevraagde voorziening verstrekkend is heeft de voorzieningenrechter geen reden gezien om het gebiedsverbod uit te breiden.

In de praktijk blijkt het niet altijd gemakkelijk om een besluit tot het opleggen van een gebiedsverbod overeind te houden. Het is immers een verstrekkende maatregel. In ernstige gevallen zoals deze blijkt dat de bevoegdheden van de Voetbalwet de burgemeester echter goed van pas kunnen komen.

Rb Oost-Brabant 31 juli 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOBR:2017:4047

Door Ad Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht