Nieuwsbrief voor overheden

Een stichting naar burgerlijk recht behoort tot de openbare dienst, en kan dus ambtenaren aanstellen, indien op grond van de statuten blijkt van een overwegende invloed van de overheid op doelstelling, beheer en beleid van de stichting. Aan banden die niet uit de statuten voortvloeien, zoals het bestaan van een subsidierelatie, komt daarbij geen zelfstandige betekenis toe. In een recente uitspraak bevestigt de Centrale Raad dit uitgangspunt.

De aanleiding was een reorganisatie bij de stichting Centraal Bureau voor Genealogie. Aan de orde was de vraag of deze stichting tot de openbare dienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) behoort. In navolging van de rechtbank oordeelt de Centrale Raad dat dit niet het geval is. Op grond van de statuten van de stichting is de invloed van de minister van OCW beperkt tot voorafgaande goedkeuring van besluiten tot statutenwijziging, fusie en ontbinding van de stichting. De minister heeft geen statutaire invloed op (de samenstelling van) het bestuur, beleidsvorming en het toezicht binnen de stichting. Buiten de statuten om is er overigens wel sprake van beïnvloeding vanuit het ministerie. Zo is sprake van toegenomen invloed van de minister op het beleid, de kerntaken en het beheer van de stichting, goedkeuring van de reorganisatieplannen door de secretaris-generaal van het ministerie, het ter beschikking stellen van de voor die reorganisatie benodigde middelen en de jaarlijkse bespreking van jaarstukken en goedkeuring van de begroting. De Centrale Raad is evenwel van oordeel dat deze beïnvloeding voortvloeit uit de subsidierelatie tussen de stichting en het ministerie en de voorwaarden waaronder de subsidie is verleend. Deze beïnvloeding heeft geen basis in statutaire bevoegdheden. Om die reden komt hieraan naar het oordeel van de Centrale Raad geen zelfstandige betekenis toe.

Dat de rechtspositie van de werknemers van de stichting, die allemaal op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn, zoveel mogelijk moeten worden vastgesteld overeenkomstig de rechtspositieregelingen voor rijksambtenaren, is niet van belang voor de vraag of aan de minister overwegende invloed toekomt op doelstelling, beheer en beleid van de stichting. De stichting heeft als werkgever voor deze arbeidsvoorwaarden gekozen op grond van de haar toekomende bevoegdheden. Over het geschil dat partijen verdeeld houdt kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter worden ingesteld.

CRvB 29 juni 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2017:2268

Door Bas de Moor

"

Actualiteiten overzicht