Nieuwsbrief voor overheden
Op 8 april 2008 brengt een aannemer een offerte uit voor het leveren van medische communicatiemiddelen en het verrichten van werkzaamheden, waaronder het aanleggen van een entertainmentsysteem. Dit in opdracht van een door KvZ te exploiteren zorghotel. KvZ laat een bedrag van bijna € 30.000,- onbetaald. Eind december 2009 vindt een oplevering tussen de aannemer en zijn leverancier plaats, waarna de aannemer verschillende aanmaningen tot betaling aan KvZ stuurt. KvZ antwoordt in juni 2010:
“Wij stellen ons op het standpunt dat de door ons bestelde installatie, nu reeds 1 jaar na ingebruikname van Zorghotel Kop van Zuid, nog immer niet naar behoren is geïnstalleerd en ge/opgeleverd.”
Kort daarna vindt een bespreking tussen partijen plaats waarin wordt afgesproken dat de aannemer nog enkele punten zal aanpassen. In mei 2012 stellen partijen een proces-verbaal van oplevering op waarin zij onder meer vermelden:
“Status: niet opgeleverd vanwege gebreken”
Twee weken later bericht de aannemer KvZ dat er nog een tv moet worden teruggestuurd voor reparatie. Voorgesteld wordt om alles een week later op te leveren en daarna de tv terug te sturen. Door feitelijk te weigeren binnen een redelijke termijn aan dit verzoek mee te werken en (al dan niet voorwaardelijk) het werk niet te aanvaarden of te weigeren, heeft KvZ niet aan de oplevering meegewerkt. De aannemer blijft onbetaald.
Deze start daarop een procedure bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat er niet volledig is opgeleverd, maar dat de ondeugdelijke uitvoering voor rekening van KvZ dient te blijven. Dit omdat KvZ onvoldoende medewerking heeft verleend om de gebreken te herstellen. KvZ wordt door de rechtbank veroordeeld om nagenoeg het gehele bedrag aan de aannemer te voldoen.
KvZ gaat tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep. Dit baat haar niet. Het hof stelt vast dat de aannemer eind mei 2012 heeft verzocht om tot oplevering over te gaan en dat KvZ daaraan niet heeft meegewerkt. Omdat niet is gebleken dat een dergelijke medewerking niet van KvZ kon worden gevergd, neemt het hof aan dat KvZ het werk stilzwijgend heeft aanvaard en het werk daarom als opgeleverd dient te worden beschouwd. Het gevolg is dat KvZ het door de rechtbank vastgestelde bedrag dient te voldoen en tevens dat de aannemer is ontslagen van aansprakelijkheid voor de gebreken die KvZ redelijkerwijs had moeten ontdekken op het tijdstip van oplevering.
Hoewel voorgaande uitspraak ziet op twee commerciële partijen, doen zich vergelijkbare perikelen bij oplevering ook regelmatig voor bij overheidsopdrachten. Het blijft dus van belang om de termijnen goed te bewaken en opleveringen schriftelijk te documenteren.
Hof Arnhem-Leeuwarden 28 juni 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2016:5273
Door mr. A.A. Broekman-de Feijter
"