Nieuwsbrief voor overheden

Op 11 juli 2007 ondertekenden de gemeente Bladel en een ondernemer, die zich bezighoudt met het opslaan van stenen en grond, een vaststellingsovereenkomst na een gezamenlijke mediation. In de vaststellingsovereenkomst was onder andere opgenomen:

“Geconstateerd is dat de opslag onder het overgangsrecht valt.”

In een geschil over een door het college van burgemeester en wethouders van Bladel opgelegde last onder dwangsom heeft de ondernemer zich op de inhoud van de vaststellingsovereenkomst beroepen. Hij werd gelast om de opslag van stenen en grond te beëindigen en beëindigd te houden en nam de stelling in dat deze last strekt tot beëindiging van door het overgangsrecht beschermd gebruik. De rechtbank heeft de ondernemer in deze stelling gevolgd.

In hoger beroep heeft het college de volgende argumenten aangevoerd:

  1. in een eerdere procedure werd door de gemeenteraad van Bladel onweersproken gesteld dat de opslag niet onder de beschermende werking van het overgangsrecht valt;
  2. het bezwaar van de ondernemer tegen een eerder opgelegde last onder dwangsom werd ongegrond verklaard en het daartegen ingestelde beroep werd ingetrokken zodat dat dwangsombesluit formele rechtskracht heeft;
  3. het feit dat het overgangsrecht niet van toepassing is blijkt uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 15 maart 2007.

De Afdeling heeft overwogen dat het eerste argument er niet aan in de weg kan staan dat in deze procedure een beroep wordt gedaan op de vaststellingsovereenkomst. Ten aanzien van het tweede argument heeft de Afdeling overwogen dat de formele rechtskracht van het eerdere dwangsombesluit niet zo ver strekt dat er in een procedure tegen een nieuw handhavingsbesluit van moet worden uitgegaan dat de gestelde overtreding vaststaat. Ten aanzien van het derde argument heeft de Afdeling ten slotte overwogen dat deze uitspraak dateert van vóór de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst.

De conclusie van de Afdeling is daarmee dezelfde als die van de rechtbank. Het moet ervoor worden gehouden dat het college voor de opslag (privaatrechtelijke) toestemming heeft gegeven aan de ondertekenaars van de vaststellingsovereenkomst. Op grond daarvan vallen de opslagactiviteiten in kwestie (deels) onder het overgangsrecht. Dat dat publiekrechtelijk anders ligt is kennelijk onder deze omstandigheden niet langer relevant.

ABRvS 21 september 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:2499

Door mr. drs. A. Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht