Nieuwsbrief voor overheden
Het tegen betaling in gebruik geven van landbouwgrond voor een ander bedrijf dan een landbouwbedrijf is onder het nieuwe recht geen pacht, maar huur. Een hoveniersbedrijf is geen landbouwbedrijf, dus is er sprake van huur.
De gemeente Valkenburg aan de Geul heeft in eerste aanleg de ontbinding van de tussen partijen bestaande pachtovereenkomst en ontruiming gevorderd. De pachtkamer heeft de vorderingen afgewezen. De gemeente ging in hoger beroep.
Sinds 1952 verpacht de gemeente een woning, garage/schuur, kas(sen) en cultuurgrond aan opeenvolgend de (groot)vader van geïntimeerde en geïntimeerde. Per 2002 exploiteert geïntimeerde een hoveniersbedrijf. Op de cultuurgrond kweekt hij pootgoed, beuken, eiken, etc. De huidige kas gebruikt hij als winterstalling voor planten van klanten van het bedrijf. De gekweekte bomen en planten dienen als voorraad. Verder verkoopt hij vanaf de locatie op kleine schaal gekweekte producten aan particulieren.
De kern van het debat tussen partijen is de vraag of (nog) sprake is van bedrijfsmatige landbouw. Het hof oordeelt dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van pacht, het aankomt op ‘het overeengekomen gebruik, zoals geworden en goed gevonden’. Dit brengt mee dat als overeengekomen gebruik ook geldt het feitelijk gebruik dat al dan niet stilzwijgend is toegestaan. In casu is gebleken dat het gebruik oorspronkelijk als kwekerij en hoveniersbedrijf, zoals geworden en goed gevonden, al geruime tijd het overeengekomen gebruik is. De kweek van bomen en planten merkt het hof aan als ondergeschikt aan het hoveniersbedrijf.
Het hof oordeelt verder dat volgens vaste rechtspraak van de pachtkamer naar oud recht onder pacht wordt verstaan alle vruchttrekking met een economisch oogmerk van meer dan ondergeschikte betekenis, waarbij partijen dat destijds ook voor ogen hebben gehad. Van die ruime opvatting is onder het nieuwe recht afstand genomen. Noodzakelijk is nu dat het agrarisch gebruik van het ter beschikking gestelde gericht is op een agrarische onderneming. Het hof oordeelt dat het tegen betaling in gebruik geven van landbouwgrond voor een ander bedrijf dan een landbouwbedrijf onder het nieuwe recht geen pacht, maar huur is. De kweek van bomen en heesters betreft agrarisch gebruik van de grond (tuinbouw), maar dit gebruik strekt niet (overwegend) ten behoeve van een agrarische onderneming. Een hoveniersbedrijf is geen landbouwbedrijf. Daarmee kwalificeert de rechtsverhouding tussen partijen onder het nieuwe recht niet als een pachtovereenkomst, maar als een huurovereenkomst. Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de bevoegde kantonrechter.
Hof Arnhem-Leeuwarden 29 november 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2016:9551
Door Lianne Broekhuysen
"