Nieuwsbrief voor overheden

De Awb kent geen specifieke bewijsregels. Er komt echter steeds meer aandacht voor het bewijs in het bestuursrecht. Daarom viel deze uitspraak, waarin de Afdeling ingaat op de vraag of de rechtbank een bewijsaanbod terecht heeft gepasseerd, op.

De uitspraak heeft betrekking op een last onder dwangsom die door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht is opgelegd aan Niro Vastgoed B.V. wegens handelen in strijd met de Regionale Huisvestingsverordening. Het handelen in strijd met de Huisvestingsverordening bestond hieruit dat Niro zonder vergunning van het college een woning in onzelfstandige woonruimtes (kamers) had omgezet. Het college hanteert het beleid dat niet handhavend wordt opgetreden als deze omzetting vóór 1 oktober 1990 heeft plaatsgevonden en sindsdien onafgebroken is voortgezet. Het college had gesteld dat aan deze voorwaarde niet was voldaan en had ter onderbouwing verwezen naar de gegevens uit het GBA.

Niro voert aan dat de omzetting wel degelijk vóór 1 oktober 1990 heeft plaatsgehad en biedt aan dat te bewijzen. De rechtbank overweegt dat Niro de gegevens uit het GBA niet gemotiveerd heeft bestreden en dat het college zich daarom op die gegevens heeft mogen baseren. In hoger beroep stelt de eigenaar dat de rechtbank zijn bewijsaanbod ten onrechte heeft gepasseerd.

De Afdeling overweegt:

“De rechtbank heeft het door Niro gedane bewijsaanbod terecht gepasseerd aangezien in hetgeen Niro heeft aangevoerd geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van het college. Daartoe is van belang dat Niro noch in beroep noch in hoger beroep een begin van bewijs ter ondersteuning voor haar stelling dat de kamergewijze verhuur is aangevangen vóór 1 oktober 1990, heeft geleverd. Het enkel doen van een bewijsaanbod is niet voldoende.”

ABRvS 25 juni 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:2301

Door mr. C.J. IJdema

"

Actualiteiten overzicht