Nieuwsbrief voor overheden
De curator van een inrichting is vanaf het moment van faillietverklaring verantwoordelijk voor de naleving van de milieuregelgeving. Bij een overtreding van deze regelgeving na moment faillietverklaring kan de curator in zijn hoedanigheid van curator als overtreder worden aangemerkt. Curator kan niet in zijn hoedanigheid van privépersoon mede als overtreder worden aangemerkt.
In 2015 is het bedrijf North Refinery uit Delfzijl failliet verklaard. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling dat vanaf het moment van faillietverklaring de curator verantwoordelijk is voor de naleving van de milieuregelgeving.
In 2017, het faillissement loopt dan nog steeds, constateren toezichthouders twee lekkages. Gedeputeerde staten stelt zich op het standpunt dat er onvoldoende maatregelen zijn genomen om de lekkages te beëindigen en bodemverontreiniging te voorkomen en dat daardoor is gehandeld in strijd met artikel 17.1 lid 1 Wet milieubeheer (Wm), artikel 2.9 lid 1 Activiteitenbesluit (Barim) en artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb).
Het college legt ter zake van deze overtredingen een last onder bestuursdwang op en merkt in die last de curator niet alleen in zijn hoedanigheid van curator, maar in zijn hoedanigheid van privépersoon als overtreder aan.
Artikel 5:1 lid 3 Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen en dat het bepaalde in artikel 51 lid 2 en 3 Wetboek van strafrecht (Sr) overeenkomstig van toepassing is. Artikel 51 lid 2 Sr bepaalt dat als strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon ook straffen kunnen worden uitgesproken tegen de opdrachtgever en tot de feitelijk leidinggevende van de verboden gedraging. Het derde lid van artikel 51 Sr bepaalt dat met een rechtspersoon gelijk wordt gesteld de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maatschap, de rederij en het doelvermogen.
Het college is van mening dat de curator in zijn hoedanigheid van privépersoon als leidinggevende kan worden aangemerkt en mitsdien op de voet van artikel 51 lid 2 Sr kan worden aangemerkt als leidinggevende en daarmee als overtreder.
De Afdeling gaat hier niet in mee. De Afdeling oordeelt:
“Artikel 51, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft betrekking op overtredingen begaan door een rechtspersoon of een ingevolge het derde lid met een rechtspersoon gelijkgestelde entiteit. Een faillissementsboedel valt hier niet onder. Artikel 51, tweede lid, mist daarom toepassing. Daarmee is de vraag of [appellant] als beheerder van de boedel feitelijk leiding aan een verboden gedraging heeft gegeven, niet van belang.”
ABRvS 26 februari 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2020:598
Door Jaap IJdema
"