Nieuwsbrief voor overheden

Het geschil in vogelvlucht

Focus Filmtheater (hierna: Focus) stapte in 2018 over op uitsluitend pin- en creditcardbetalingen. Sindsdien is het niet langer mogelijk om aan de kassa contant een bioscoopkaartje te kopen. Ook consumpties in de horecagelegenheid van Focus konden enkel nog met pin of creditcard betaald worden. 

Een bezoeker die contant wilde betalen, werd geconfronteerd met deze beperking. Hij stelde zich op het standpunt dat het verplichte gebruik van elektronische betaalmiddelen leidt tot onnodige verwerking van zijn persoonsgegevens, waaronder (gemaskeerde) bankgegevens, het betaalde bedrag en de transactiedatum. Volgens hem vormt dit een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn recht op eerbiediging van het privéleven. 

Om die reden heeft hij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verzocht handhavend op te treden tegen Focus.

De AP wees het verzoek echter af. Zij achtte het niet aannemelijk dat zich een overtreding van de AVG voordeed. 

De bezoeker stelde tegen deze afwijzing beroep in bij de rechtbank. Volgens de rechtbank diende het “pin-only”-beleid een gerechtvaardigd doel, namelijk het vergroten van de veiligheid van medewerkers en vrijwilligers. Daarnaast achtte de rechtbank de verwerking evenredig in verhouding tot het nagestreefde doel. Het toelaten van contante betalingen zou afbreuk doen aan de beoogde veiligheidsdoelstelling. Volgens de rechtbank kon dat doel niet op een voor betrokkenen minder nadelige wijze worden bereikt. Daarbij werd van belang geacht dat de gegevensverwerking beperkt bleef tot wat noodzakelijk is voor het afwikkelen van de betaling. Het beroep van de bezoeker werd aldus ongegrond verklaard.

Ook hier liet de bezoeker het niet bij zitten en hij ging in hoger beroep bij de Afdeling. 

Het geding bij de Afdeling

De Afdeling verwierp een aantal argumenten van de bezoeker maar gaf hem op één cruciaal punt gelijk. Voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens is vereist dat het doel welbepaald, uitdrukkelijk omschreven én gerechtvaardigd is. Pas wanneer aan die voorwaarde is voldaan, moet verder worden beoordeeld of met de aan de orde zijnde verwerking van de persoonsgegevens dat doel ook wordt bereikt. Vervolgens moet worden beoordeeld of de concrete gegevensverwerking geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken. Indien dat het geval is, dient ten slotte te worden onderzocht of de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer evenredig is aan de met de verwerking gediende belangen. 

Die evenredigheidstoets is niet onbelangrijk. In het licht van het EU-Handvest moet worden nagegaan of de inbreuk beperkt blijft tot wat strikt noodzakelijk is voor het bereiken van het doel: Kan het doel ook op een voor de betrokkene minder nadelige wijze worden bereikt? (ABRvS 20 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2555).

De Afdeling benadrukt daarbij dat hoe specifieker een betrokkene een alternatief beschrijft, hoe indringender de AP moet onderzoeken of dit alternatief in mindere mate een inbreuk maakt op de privacy van de burger en hetzelfde doel verwezenlijkt. Maar ook als de betrokkene zelf geen alternatieven aandraagt, ontslaat dat de AP niet van de plicht om voor de hand liggende mogelijkheden mee te wegen.

Toegepast op het geschil oordeelde de Afdeling dat het door Focus aangevoerde doel: het waarborgen van de veiligheid van werknemers en vrijwilligers, in beginsel een gerechtvaardigd doel kan zijn, maar niet in abstracto. In dit concrete geval had Focus niet aannemelijk gemaakt dat de veiligheid van haar medewerkers daadwerkelijk in het geding was. Volgens de Afdeling blijkt uit niets dat het afschaffen van contant geld in dit geval een wezenlijk effect heeft op de veiligheid van de medewerkers. De enkele omstandigheid dat contant geld vatbaar is voor diefstal is op zichzelf onvoldoende om (sociale) veiligheid een gerechtvaardigd doel te achten voor verplichte pinbetalingen. 

Het oordeel in de digitale maatschappij

De uitspraak is actueel in een tijd waarin de opmars van digitaal betalen onverminderd doorzet. Transacties vinden steeds vaker digitaal plaats en er zijn een heleboel ondernemingen die in zijn geheel geen contant geld meer accepteren. 

De Afdeling oordeelt uitdrukkelijk niet dat er geen gerechtvaardigd belang kan bestaan om contant geld te weigeren, maar dat de onderneming haar keuze met redenen moet omkleden. Een algemeen beroep op de veiligheid van werknemers zal in beginsel niet slagen. 
 

Dit artikel is geschreven in samenwerking met mr. Viggo Schieman. Werkstudent bij Adriaanse van der Weel advocaten.

ABRvS 11 februari 2026, www.rechtspraak.nlECLI:NL:RVS:2026:746

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team