Nieuwsbrief voor overheden

Kan de gemeente onverkort aanspraak maken op de in de posterieure overeenkomst overeengekomen exploitatiebijdrage, indien is gebleken dat de verhaalbare kosten de opbrengsten van een projectontwikkeling overstijgen en geen afrekenbeding is overeengekomen?

De gemeente Westland sluit met een ontwikkelaar een posterieure overeenkomst als bedoeld in Afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening (Wro), dus na de vaststelling van een exploitatieplan. Naderhand blijkt dat de opbrengsten de verhaalbare kosten te boven gaan. Kan de gemeente op basis van deze overeenkomst dan nog wel een betalingsvordering instellen?

De ontwikkelaar betoogt op basis van artikel 6.16 Wro dat de vordering van de gemeente moet worden afgewezen. In dat artikel is bepaald dat de gemeente haar kosten slechts kan verhalen tot maximaal het bedrag van de opbrengsten.

De rechtbank Den Haag oordeelt echter conform het betoog van de gemeente dat dit artikel uitsluitend ziet op de kosten en opbrengsten zoals vastgesteld in het exploitatieplan op het moment van vaststelling. Er was geen afrekenbeding overeengekomen, hetgeen betekent dat de bijdrage van de ontwikkelaar was gefixeerd op de vaststelling van dat moment. Als de zaak later ongunstig voor de gemeente blijkt uit te pakken, dan behoefde dus de ontwikkelaar op grond van dit afrekenbeding niet bij te betalen, maar ook andersom: indien de gemeente later winst blijkt te maken, vermindert dat niet de bijdrage die de ontwikkelaar moet betalen. Dat is niet anders als het gaat om een individueel perceel dat volgens de ontwikkelaar achteraf niet rendabel blijkt te zijn geweest.

De vordering van de gemeente wordt dus toegewezen.

Rb Den Haag 21 maart 2018, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RBDHA:2018:5140

Door Rikkert Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht