Nieuwsbrief voor overheden
Het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas had een preventieve last onder dwangsom opgelegd. De rechtbank meende dat het hier om een reguliere last onder dwangsom ging en dat de toevoeging van het woord ‘preventieve’ op een misverstand berustte.
De appellant ging in hoger beroep en klaagde met succes over de uitleg van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat het hier toch echt ging om een preventieve last als bedoeld in artikel 5:7 Awb. Veel heeft het de overtreder niet geholpen. De Afdeling verklaart namelijk het beroep ongegrond.
Wat is de relevantie van het onderscheid?
Als er nog geen overtreding heeft plaatsgevonden, dan kan het bestuursorgaan een preventieve herstelsanctie als bedoeld in artikel 5:7 Awb opleggen als er een klaarblijkelijk gevaar voor een overtreding dreigt.
Heeft er al een overtreding plaatsgevonden en wil het bestuursorgaan voorkomen dat er een volgende overtreding plaatsvindt, dan kan het een reguliere herstelsanctie opleggen, gericht op het voorkomen van een herhaling van de overtreding. In dat laatste geval hoeft het bestuursorgaan niet aan te tonen dat er een klaarblijkelijk gevaar voor overtreding dreigt.
Concreet ging het in deze zaak om mestputten die vol zaten, waardoor de mest de sloot dreigde in te stromen. Dat is een overtreding van artikel 6.2 lid 1 Waterwet (lozen zonder vergunning). Het opmerkelijke is dat de Afdeling overweegt dat meermalen geconstateerd is dat de mestputten vol waren, dat er meermalen meststoffen zijn aangetroffen in de sloot en dat dat erop duidt dat mesthoudend water van het bedrijfsterrein is afgestroomd. Waarom de Afdeling desondanks overweegt dat hier sprake is van een zuiver preventieve last onder dwangsom wordt niet helder.
ABRvS 2 juli 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:2446
Door mr. C.J. IJdema
"