Nieuwsbrief voor overheden
De gemeente Tynaarlo laat een plan van aanpak opstellen voor de versterking van het winkelcentrum in het dorp Eelde, waarna zij een intentie- en samenwerkingsovereenkomst sluit met een risicodragende ontwikkelaar. Er wordt een bestemmingsplan vastgesteld ter uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst. Bij de Raad van State strand het plan echter op het punt van de uitvoerbaarheid: men was er niet in geslaagd om alle voor uitvoering van het plan noodzakelijke percelen te verwerven. Uiteindelijk is de samenwerking gestaakt. Het dorpscentrum is uiteindelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan door verschillende individuele initiatieven vernieuwd.
Eén en ander leidt tot een gerechtelijke procedure tussen de ontwikkelaar en de gemeente, waarin over en weer vorderingen worden ingesteld. De Rechtbank Noord-Nederland oordeelt in een uitvoerig vonnis van 17 pagina’s dat beide partijen zich conform hun verplichtingen hebben ingespannen, maar dat het mislukken van de samenwerking niet het gevolg is van een tekortkoming in de nakoming van een op één van partijen rustende verplichting.
Eén van de aspecten die aan de orde komt is dat de ontwikkelaar de gemeente verwijt dat zij niet, zoals was overeengekomen, het gehele publiekrechtelijke instrumentarium heeft benut. De gemeente is namelijk niet tot onteigening overgegaan. De verplichting om het gehele instrumentarium in te zetten stond wel in één van de overeenkomsten. De rechtbank overweegt echter dat de verplichting tot inzet van dit instrumentarium moet worden gezien als een aspect van de inspanningsverplichting die op de gemeente rustte. Volgens de overeenkomst was het de eerste taak van de ontwikkelaar om te proberen het onroerend goed te verwerven. De ontwikkelaar heeft echter de gemeente laattijdig geïnformeerd over het niet slagen van de onderhandelingen, toen de termijn om te reageren op de vraag van de Raad van State hoe het op dit punt zat met de uitvoerbaarheid, al was verstreken. Bovendien heeft de gemeente ook voor het traject na de vernietiging van het bestemmingsplan gemotiveerd, dat een beslissing tot onteigening alleen kan worden genomen door de gemeenteraad, maar de gemeenteraad had aangegeven geen verdergaand financieel risico te willen lopen: dit is een voldoende inspanning. Bij onteigening moet een volledige schadevergoeding worden toegekend; dat is meer dan enkel de kosten van de aanschaf van het pand. De ontwikkelaar had in de kosten moeten bijdragen: gesteld noch gebleken is echter dat zij daar de mogelijkheid voor had. Dit leidt tot de slotsom dat de gemeente de samenwerking mocht opzeggen.
Ook de ontwikkelaar heeft zich voldoende ingespannen: het was haar goed recht om de verwervingsprijs van een bepaalde locatie te hoog te vinden. Daarom strand de vordering van de gemeente.
Rb Noord-Nederland 7 november 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNNE:2018:4513
Door Rikkert Hoekstra
"