Nieuwsbrief voor overheden
Vanuit een waterzuiveringsinstallatie op het industrieterrein Chemelot in Geleen werd in 2015 de chemische stof pyrazool geloosd op de Maas. Het waterschap heeft daarop handhavend opgetreden en nieuwe normen gesteld. Op 18 oktober 2017 deed de rechtbank Limburg uitspraak in drie zaken met betrekking tot deze kwestie. We bespreken de handhavingszaak.
Het waterschap Limburg heeft op 8 oktober 2015 aan Sitech, exploitant van een waterzuiveringsinstallatie op het industrieterrein Chemelot in Geleen, een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 6.2 van de Waterwet (Wtw). Sitech werd gelast om met ingang van 9 oktober 2015 te bewerkstelligen dat het gehalte aan pyrazool in het afvalwater niet meer bedroeg dan 100 μg/l, gemeten in volumeproportioneel etmaalmonster, en niet meer bedroeg dan 60 μg/l, gemeten als voortschrijdend gemiddelde van 10 volumeproportionele etmaalmonsters. De last onder dwangsom werd vastgesteld op € 50.000,-- per geconstateerde overtreding.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg heeft bij uitspraak van 18 november 2015 de voorziening getroffen dat de in het handhavingsbesluit genoemde waarden worden gehalveerd. De voorziening gold tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op de bezwaren.
Bij beslissing op bezwaar van 16 februari 2016 heeft het waterschap de last gewijzigd in lijn met deze uitspraak. Het gehalte aan pyrazool ter plaatse van het “lozingspunt effluent IAZI” mag op grond van de nieuwe last niet meer bedragen dan 50 μg/l, gemeten in volumeproportioneel etmaalmonster, en niet meer bedragen dan 30 μg/l, gemeten als voortschrijdend gemiddelde van 10 volumeproportionele etmaalmonsters. De hoogte van de dwangsom blijft ongewijzigd.
Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het waterschap een vergunning verleend tot en met 31 december 2019 voor het lozen van afvalwater. Daarin zijn de volgende waarden opgenomen: 30 μg/l, gemeten in volumeproportioneel etmaalmonster en 10 μg/l, gemeten als voortschrijdend gemiddelde van 10 volumeproportionele etmaalmonsters.
Op 6 april 2016 heeft het waterschap het primaire besluit van 8 oktober 2015 en de beslissing op bezwaar van 16 februari 2016 ingetrokken. Op 25 maart 2016 was namelijk de wijzigingsvergunning in werking getreden, waardoor de lozing van pyrazoolhoudend afvalwater is gelegaliseerd. Overtredingen van artikel 6.2 van de Wtw vonden dus niet langer plaats.
Sitech heeft in beroep betoogd dat de lozing van pyrazool reeds was vergund bij besluit van 23 februari 2006, maar dat een specifieke normering ontbrak.
De rechtbank heeft overwogen dat in de door Sitech genoemde vergunning niet alleen geen normering is opgenomen, maar dat ook een vermelding van de stof pyrazool ontbrak.
De rechtbank heeft vervolgens vastgesteld dat in het besluit van 16 februari 2016 deels handhavend wordt opgetreden. Dat mocht, zo heeft de rechtbank overwogen, omdat er voor de stof pyrazool beperkte toxicologische informatie beschikbaar was en er ten tijde van het besluit nog geen (lozings)norm was vastgesteld. Het waterschap mocht bij de bepaling van de norm voor pyrazool in het besluit waarde hechten aan een norm die genoemd werd in een brief van de minister en in de eerdergenoemde uitspraak van de voorzieningenrechter.
Het waterschap heeft onder verwijzing naar de achterliggende analyses naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom het in het kader van partiële handhaving tot de norm is gekomen. Partieel handhaven is dus onder omstandigheden mogelijk. Daarbij maakt het volgens de rechtbank niet uit of dit voor appellanten leidt tot aanpassingsproblemen en hoge kosten.
Rb Limburg 18 oktober 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBLIM:2017:10048
Door Ad Schreijenberg
"