Nieuwsbrief voor overheden

Een recent arrest van het gerechtshof Arnhem Leeuwarden laat goed zien wat van een voormalig werkgever wordt verwacht als hij een referentie afgeeft aan een mogelijk opvolgend werkgever. Het arrest geeft weer op welke grondslag deze informatieverstrekking plaatsvindt en waar de oud-werkgever wel en niet op kan worden aangesproken.

De casus die aan de orde was speelde in het onderwijs. Over een docent werden kort na zijn aanstelling signalen ontvangen over een door hem in zijn CV niet genoemd eerder dienstverband. Hierover heeft de school contact opgenomen met de vorige werkgever en de kwestie besproken met de docent. Min of meer tegelijkertijd ontving de school signalen dat een aantal leerlingen zich niet veilig voelden bij betrokkene. Naar aanleiding van deze signalen zijn afspraken gemaakt met betrokkene. Ook is hem verzocht een verklaring van goed verdrag te verstrekken. Het dienstverband van betrokkene bij de school is niet lang na deze gebeurtenissen geëindigd. Enige tijd hierna werd de school benaderd door een andere school met het verzoek om een referentie te verstrekken over betrokkene. Het gerechtshof neemt als uitgangspunt dat wanneer een sollicitant in een sollicitatieprocedure zijn ex werkgever aanwijst als referent, hij daarmee toestemming geeft in het afgeven van gegevens over zijn persoon en over zijn functioneren (vergelijk artikel 6 lid 1 sub 1 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)). Deze informatie kan zowel positief als negatief voor de persoon in kwestie uitpakken. Wanneer een sollicitant bepaalde negatieve informatie wil uitsluiten, dient hij dat expliciet bij de referent aan te geven. De referent kan dan op zijn beurt een afweging maken of hij nog wel een referentie wil afgeven. Hij zal een correct beeld van de betrokken persoon aan de potentiële werkgever moeten verstrekken. Het onthouden van noodzakelijke informatie kan onzorgvuldig handelen en daarmee aansprakelijkheid jegens betrokkene opleveren. Dit volgt uit artikel 7:656 lid 5 BW, waarin is bepaald dat de werkgever die in een getuigschrift door opzet of schuld onjuiste mededelingen opneemt, zowel jegens de werknemer als jegens derden aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte schade. Bij het verstrekken van een referentie geldt daarom als uitgangspunt dat zoveel mogelijk relevante informatie, ofwel informatie die van belang is voor het functioneren van de sollicitant, aan de potentiële werkgever mag - en zelfs moet - worden verstrekt. Dit geldt ook voor ‘negatieve’ informatie die ertoe kan leiden dat de potentiële werkgever besluit om af te zien van het in dienst nemen van deze sollicitant. De beantwoording van de vraag of sprake is van relevante informatie in deze zin is onder meer afhankelijk van de gestelde vragen door de potentiële werkgever, de ernst van bepaalde gedragingen, de aard van de functie, de belangen van derden, het tijdsverloop nadat zich bepaalde negatieve gebeurtenissen hebben voorgedaan en de eventueel getoonde verbetering. Deze informatie kan zijn verkregen door eigen waarnemingen van de referent of van personen die bij de referent werkzaam zijn alsmede door informatie die is verkregen van een derde, zoals een vorige werkgever. Bij dat laatste geldt dat indien de referent gerede twijfel heeft over de juistheid van de informatie van die derde, hij deze informatie niet zonder meer dient te delen met de potentiële werkgever, maar deze voor deze informatie naar de informant dient te verwijzen of expliciet dient aan te geven dat hij twijfels heeft bij de juistheid van de informatie. Wanneer de referent niet behoefde te twijfelen aan de juistheid van de van de derde verkregen informatie, handelt hij niet onzorgvuldig indien deze informatie achteraf onjuist blijkt te zijn. Er is alleen sprake van onzorgvuldig handelen indien de referent wist of behoorde te weten dat sprake is van onjuiste informatie.

Op basis van de referentie is de potentieel opvolgend werkgever uiteindelijk niet tot aanstelling van betrokkene overgegaan. Betrokkene heeft vervolgens schade geclaimd van de school die de referentie had verstrekt. Het gerechtshof overweegt dat de gebeurtenissen op deze school mede het gevolg zijn van het feit dat betrokkene bij zijn sollicitatie niet heeft verteld over de gebeurtenissen tijdens een eerder dienstverband. Het onvolledige CV, mede gelet op de korte duur van het dienstverband, de impact die informatie over houding en gedrag van een docent blijkt te hebben op de scholengemeenschap en de noodzaak om leerlingen te beschermen tegen mogelijk ongewenst gedrag van docenten, bracht mee dat de school deze informatie mocht delen met de potentieel opvolgend werkgever. Er is volgens het gerechtshof dan ook geen sprake geweest van onzorgvuldig handelen van de school jegens betrokkene door een onjuiste referentie te geven. Als gevolg hiervan is niet relevant of betrokkene door die referentie, of om een andere reden, niet door de mogelijk opvolgend werkgever in dienst is genomen.

Hof Arnhem Leeuwarden, 21 augustus 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2018:7492

Door Bas de Moor

"

Actualiteiten overzicht