Nieuwsbrief voor overheden

In de nationaal openbare aanbesteding voor “Groenonderhoud gemeente Vught” is in het bestek de volgende ervaringseis gesteld:

“De inschrijver heeft in de afgelopen 3 jaren aantoonbare ervaring gehad met het in de hoofdaanneming uitvoeren en opleveren van een opdracht op het gebied van: …”

Op het bestek zijn op de uitvoering de Uniforme Administratieve Voorwaarden 1989 (UAV 1989) van toepassing. In paragraaf 12 van die UAV is, kort gezegd, bepaald dat de aannemer vanaf het moment van oplevering de verantwoordelijkheid voor het werk van de aannemer volledig over gaat op de opdrachtgever.

Naar aanleiding van het voorlopig gunningsvoornemen heeft de nummer twee bezwaar aangetekend. Zij stelt dat de winnaar niet voldoet aan de gestelde ervaringseisen, zodat de inschrijving terzijde moet worden gelegd. Eén van de referenties van de winnende inschrijving ziet namelijk niet op een uitgevoerd en opgeleverd werk, maar op een lopend project.

Op 16 januari 2015 overweegt de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant dat oplevering van werk in dit geval niet moet worden uitgelegd in strikte zin. Voorts is een verklaring opgesteld waaruit blijkt dat het werk naar behoren en op een vakkundige en regelmatige wijze is uitgevoerd. De voorzieningenrechter overweegt dat daarmee een goedkeuring is verleend voor het opgenomen werk en dat daarmee voldoende aannemelijk is geworden dat er sprake is van opleveren van een opdracht in de zin van het bestek.

Een tweede referentie betreft de dochtervennootschap van de winnende inschrijver en aangezien de inschrijver heeft aangegeven geen gebruik te maken van onderaannemers mag zij volgens de nummer twee ook geen gebruik maken van referenties van derden (de dochter), tenzij zij daadwerkelijk kan beschikken over de middelen van derden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de beslissing om middelen in te zetten ten behoeve van de moedervennootschap ligt bij haar directeur. Nu het een dochtervennootschap betreft en de directeur van de moeder de enig bestuurder en 65% aandeelhouder is van deze dochtervennootschap, ligt de beslissing om middelen in te zetten (merendeels) bij de directeur. Bovendien heeft de aanbestedende dienst een verklaring ontvangen dat de winnende inschrijver kan beschikken over de middelen.

De voorzieningenrechter concludeert dat de aanbestedende dienst terecht voornemens is de opdracht te gunnen aan de winnende inschrijving.

Vzr. rb. Oost-Brabant 16 januari 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOBR:2015:279

Door mr. J.J. Jacobse en mr. I. van der Hoeven

"

Actualiteiten overzicht