Nieuwsbrief voor overheden

Een reorganisatiebesluit van een ambtelijk werkgever kan worden getoetst in een bezwaar- of beroepsprocedure tegen het daaropvolgend besluit tot boventallig verklaring. Bij die toetsing wordt een grotere terughoudendheid in acht genomen dan bij de gebruikelijke wijze van toetsen. Een reorganisatie kan slechts dan buiten toepassing worden gelaten indien evident sprake is van strijd met een algemeen verbindend voorschrift of algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Beleidsmatige keuzes moeten op zakelijke en objectieve gronden berusten. De vraag is natuurlijk waar de grens ligt.

Op het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een reorganisatie plaatsgevonden waarbij allerlei communicatie naar de betrokken afdeling heeft plaatsgevonden. Op 11 december 2014 is het Organisatie&Formatie-rapport vastgesteld waarin een zogenaamde was/wordt-lijst was opgenomen, alsmede informatie over de formatieruimte. De feitelijke personele bezetting was al eerder vastgesteld. Een aantal betrokkenen is vanaf dit moment gaan ageren tegen de genomen besluiten. In dat verband hebben zij zich onder andere op het standpunt gesteld dat de ondernemingsraad (OR) onvoldoende op de hoogte is gesteld van de overtolligheid en de daaruit voortvloeiende personele consequenties. De Centrale Raad overweegt echter dat uit een zich onder de gedingstukken bevindende e-mail van de voorzitter van de OR blijkt dat de OR op de hoogte was van het voornemen tot aanpassing van de verhouding tussen twee functies. Dat de minister voorafgaand aan het reorganisatiebesluit niet expliciet heeft gewezen op de consequenties die de wijziging van de verdeling voor de betrokken ambtenaren heeft, levert naar het oordeel van de Centrale Raad niet een zodanig gebrek op dat het reorganisatiebesluit in zoverre buiten toepassing moet worden gelaten.

Appellanten hebben echter tevens aangevoerd dat zij niet overtollig zijn geworden in de zin van artikel 49w van het Algemeen rijksambtenarenreglement (ARAR), althans dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat daarvan sprake is. Op dit onderdeel krijgen betrokkenen van de Centrale Raad wel gelijk. De minister is er ook na meerdere verzoeken daartoe van de Centrale Raad niet in geslaagd een onderbouwing te geven voor enkele aannames waar het reorganisatie­besluit op was gebaseerd. De Centrale Raad herroept het reorganisatiebesluit en bepaalt dat de minister zich zal moeten beraden over de rechtspositie van betrokkenen in het kader van de reorganisatie. Daarbij wijst de Centrale Raad erop dat namens de minister ter zitting is verklaard dat als de hoger beroepen slagen, wat het geval is, het voor de hand ligt dat de besluiten die in vervolg zijn genomen op de bestreden besluiten in lijn worden gebracht met de uitspraak van de Raad.

De minister haalt hier dus een zeperd.

CRvB 5 april 2018, www.rechtspraak.nl:  ECLI:NL:CRVB:2018:973

Door Bas de Moor

"

Actualiteiten overzicht