Nieuwsbrief voor overheden
Een inwoner van Amstelveen heeft het college van burgemeester en wethouders van die gemeente verzocht om vergoeding van de schade die hij heeft geleden door de onjuiste motivering van een collegebesluit. Door de onjuiste motivering van het besluit in kwestie liep zijn bouwplan vertraging op en kon de helft van het geplande woonhuis pas later worden verkocht. Hij wijst erop dat het college meteen te kennen had moeten geven dat zijn bouwplan op een onderdeel (de kelders) in strijd was met de planvoorschriften, zodat hij zijn bouwplan tijdig kon aanpassen. Nu dat pas in een zeer laat stadium is gebeurd heeft hij schade geleden, die bestaat uit extra financieringskosten, gederfde verkoopopbrengst, meerwerk, dubbele woonlasten, etc.
Het college verweert zich hiertegen met de stellingname dat de schade niet het gevolg kan zijn van het rechtens onjuist bevonden besluit, omdat het college, gelet op het in een later stadium genomen besluit, ook een rechtmatig besluit had kunnen nemen dat naar aard en omvang dezelfde schade tot gevolg zou hebben gehad.
De rechtbank heeft overwogen dat het college terecht heeft gesteld dat het voor schadevergoeding vereiste oorzakelijk verband tussen het besluit en de gestelde schade ontbreekt.
De Afdeling overweegt in hoger beroep als volgt. Omdat het gebrek in het besluit ziet op een aspect van ondergeschikte betekenis van het bouwplan lag het volgens de Afdeling in de lijn der verwachtingen dat de man, als redelijk denkend en handelend aanvrager, zo spoedig mogelijk een nieuwe aanvraag met een aangepast projectplan had ingediend, in plaats van te gaan procederen over het ondergeschikte aspect, het risico op de koop toe nemende dat dat tot vertraging zou leiden. Het is dus aannemelijk dat de schade bij een rechtmatig besluit niet was opgetreden.
De Afdeling overweegt dat het college onvoldoende gemotiveerd heeft dat de man geen schade heeft geleden. Het college heeft ten onrechte niet onderkend dat de vergoeding van het grootste deel van de gestelde schade, de extra financieringskosten en de gederfde verkoopopbrengst, niet kan worden geweigerd op de grond dat die schade geen gevolg is van het rechtens onjuist bevonden besluit.
ABRvS 20 april 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:1048
Door mr. drs. A. Schreijenberg
"