Nieuwsbrief voor overheden
Feiten
Vishandel JP exploiteert al jaren een viskraam aan de Sint Petersburgweg op het bedrijventerrein Driebond in Groningen. Sinds 2014 beschikte hij over een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd. In 2020 kondigde het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan dat alle bestaande standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd zouden worden omgezet naar vergunningen voor de duur van vijftien jaar. Aanleiding was de uitspraak van de Afdeling over schaarse vergunningen uit 2016 (ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927). Het college stelde zich op het standpunt dat standplaatsvergunningen schaarse vergunningen zijn, zodat verlening voor onbepaalde tijd op grond van de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet niet langer is toegestaan. Bij besluit van 7 december 2021 werd de vergunning van Vishandel JP omgezet, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.
Schaarste vereist een aantoonbaar plafond
De Afdeling stelt voorop dat van schaarse vergunningen in de zin van de Dienstenwet alleen sprake is als het aantal beschikbare vergunningen beperkt is en er voor het aantal te verlenen vergunningen een maximum of plafond geldt. Dat plafond kan voortvloeien uit fysieke schaarste (beperkte ruimte of technische mogelijkheden) of beleidsmatige schaarste (een bewust vastgesteld maximum). De gemeente Groningen beriep zich op een combinatie van beide.
Wat betreft de fysieke schaarste oordeelt de Afdeling dat het er niet om gaat of de specifieke locatie van Vishandel JP unieke kenmerken heeft. Beoordeeld moet worden hoeveel locaties op het bedrijventerrein überhaupt geschikt zijn voor een standplaats. Het doel is immers te waarborgen dat ook andere dienstverleners de betreffende activiteit kunnen verrichten. Het college had dit echter nóóit in kaart gebracht. Bij de Afdeling verklaarde het college dat een beoordeling van alternatieve locaties pas plaatsvindt op het moment dat een vergunning wordt aangevraagd wat voor dit bedrijventerrein nog niet was gebeurd. Dat gebrek aan inzicht werkt fataal: zonder dat het aantal geschikte locaties bekend is, kan niet worden vastgesteld dat het aanbod fysiek beperkt is.
Ook de beleidsmatige schaarste houdt geen stand. Het college voerde aan dat op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en het geldende bestemmingsplan bij elke aanvraag voor een standplaats een afzonderlijke ruimtelijke toets plaatsvindt en dat in de praktijk terughoudend wordt omgegaan met het verlenen van nieuwe vergunningen. De Afdeling volgt dit betoog niet. Onder verwijzing naar haar eerdere uitspraak van 17 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2914) herhaalt zij dat planologische beperkingen kenmerkend zijn voor het systeem van ruimtelijke ordening en daarmee geen schaarse rechten toebedeeld worden. De onzekerheid of een vergunning wordt verleend is inherent aan dat stelsel, maar vormt op zichzelf geen schaarste. Dat geldt ook wanneer het bevoegd gezag om planologische redenen terughoudend vergunningen verleent zólang er geen expliciet beleidsmatig vastgesteld maximum is.
Betekenis voor de praktijk
De uitspraak is niet alleen een correctie op de aanpak van gemeente Groningen, maar raakt een breder probleem: gemeenten die na de schaarse-vergunningenrechtspraak van 2016 alle standplaatsvergunningen zijn gaan tijdlimiteren zonder te toetsen of in het concrete geval daadwerkelijk sprake is van schaarste, is onvoldoende. De Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet bieden één helder uitgangspunt: een vergunning voor dienstverlening heeft in beginsel geen beperkte geldigheidsduur, tenzij het aantal beschikbare vergunningen beperkt is. Die beperking moet dan wel aantoonbaar zijn.
ABRvS 22 april 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2026:2305.