Nieuwsbrief voor overheden

Een eventuele ongeldigheid in de zelfstandige inschrijving van de onderaannemertast de geldigheid van de inschrijving van de hoofdaannemer niet aan.

 

Een vijftal gemeenten organiseren een aanbesteding voor het reinigen en inspecteren van de riolering in die gemeenten. Het betreft een Europese openbare aanbestedingsprocedure. Op de aanbesteding is het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) van toepassing verklaard. Gunningscriterium is “de laagste prijs”.

In de Inschrijvingsleidraad is opgenomen dat een inschrijver maar bij één inschrijving betrokken mag zijn en wel als: zelfstandig inschrijver, als lid van een combinatie, vanuit een holding.

Zes partijen schrijven in. Partij C doet in haar inschrijving een beroep op een onderaannemer, partij D. Partij D schrijft ook zelfstandig in.

Partij D heeft, net als twee andere inschrijvers, ingeschreven met de laagste prijs maar die drie inschrijvingen worden ongeldig verklaard.

Het contract wordt daarom gegund aan partij C. Partij A wordt tweede bij de inschrijving en maakt een kort geding aanhangig. Partij A is namelijk van mening dat ook de inschrijving van partij C ongeldig moet worden verklaard. Partij C heeft een beroep gedaan op partij D als onderaannemer, terwijl partij D ook zelfstandig heeft ingeschreven.

De voorzieningenrechter overweegt dat de bepaling in de Inschrijvingsleidraad duidelijk, precies en op ondubbelzinnige wijze geformuleerd, niet voor meerdere uitleg vatbaar is.

Enigszins opmerkelijk is dat oordeel mijns inziens wel omdat uit de uitspraak volgt dat het de vraag is of het partij D was toegestaan om zowel als onderaannemer als zelfstandig in te schrijven. De bepaling roept dus wel vragen op. Aan de beantwoording van die vragen komt de voorzieningenrechter niet toe.

De voorzieningenrechter oordeelt namelijk dat de inschrijving van C niet wordt aangetast doordat partij D zowel als onderaannemer als zelfstandig heeft ingeschreven op de aanbesteding. Het kan hoogstens de inschrijving van D aantasten, aldus de voorzieningenrechter.

Kortom: een eventueel ongeldige zelfstandige inschrijving van een onderaannemer tast de inschrijving van de hoofdaannemer niet aan.

Rb Oost-Brabant, 5 februari 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOBR:2018:541

Door Ingrid van der Hoeven

"

Actualiteiten overzicht