Nieuwsbrief voor overheden
In het kader van een procedure worden met enige regelmaat bepaalde vorderingen uitvergroot of zelfs ‘opgeklopt’. Of de aannemer in deze kwestie dit heeft gedaan, blijft in het midden. Het feit dat hij de vordering eerder tegen een lager bedragen van de gemeente heeft gevorderd en dat bedrag door de gemeente is geaccepteerd, leidt ertoe dat de vordering in de procedure niet slaagt.
Een gemeente in de regio Drechtsteden droeg in 2014 aan een aannemer de ‘Herstructurering B. te X.’ op. De gemeente stemde, na een verzoek van de aannemer, in met een uitstel van de overeengekomen opleverdatum en kende een aanzienlijk bedrag aan meerwerk toe. Aannemer meende desalniettemin recht te hebben op nog een extra bedrag van bijna € 400.000,-. Gesteld werd dat zich voor rekening en risico van de gemeente komende feiten en omstandigheden zouden hebben voorgedaan, die tot stagnatie in de uitvoering zou hebben geleid en daardoor de uitvoering tot een maand na de (verlengde) opleverdatum in beslag heeft genomen.
Ten aanzien van het verleende uitstel van de opleverdatum, stellen arbiters allereerst vast dat de aannemer recht heeft op vergoeding van de hiermee samenhangende uitloopkosten (tijdgebonden bouwplaatskosten), waarna zij deze vergoeding begroten onder verrekening van het bedrag dat de gemeente hiervoor reeds heeft vergoed. Vervolgens gaan appelarbiters uitvoerig in op de stelling van aannemer dat zij stagnatiekosten heeft gehad doordat de straatploeg geruime tijd niet zou hebben kunnen werken. In dat kader voert de gemeente onder meer aan dat zij verschillende meerwerkopgaven (AWR’s) heeft goedgekeurd/betaald en er vanuit mocht gaan dat de aannemer daarin alle kosten had opgenomen.
Arbiters stellen vast dat de gemeente inderdaad meerwerkopdrachten voor een afwijkende bodemsamenstelling en grotere omvang van de saneringswerkzaamheden heeft verstrekt. In de betreffende opdrachten waren bedragen opgenomen onder de omschrijving ‘stagnatie straatploeg’, zoals dat ook het geval was in een toelichting van de aannemer. Arbiters komen dan ook tot de conclusie dat de aannemer destijds zonder enig voorbehoud bedragen onder de omschrijving ‘stagnatie straatploeg’ heeft gevorderd en daar in de procedure niet op terug kan komen door thans een aanzienlijk hoger bedrag te vorderen.
RvA 19 december 2017, 35936, www.raadvanarbitrage.info
Door Anouk Broekman – de Feijter
"