Nieuwsbrief voor overheden
De burgemeester van Zoetermeer heeft op 2 augustus 2013 een man een huisverbod opgelegd. Dit onder andere naar aanleiding van een incident dat plaatsvond op 17 juli 2013 tijdens een vakantie in Italië, waarbij de man zijn vrouw sloeg. In het besluit worden nadere omstandigheden gesteld, zoals de omstandigheid dat een minderjarig kind aanwezig is bij ruzies, dat het gezin bekend is bij hulpverleningsinstanties, dat het een langdurig probleem is, dat er zichtbaar letsel is geconstateerd en dat echtscheiding is aangevraagd.
De Afdeling overweegt dat gezien de lange tijd tussen het incident en de oplegging van het huisverbod niet gesproken kan worden van een acute en dringende behoefte aan het creëren van een afkoelingsperiode. Dit is gelet op de wetsgeschiedenis de grondslag ter beoordeling van de aanwezigheid van het wettelijk vereiste (ernstige vermoeden van) ernstig en onmiddellijk gevaar, als zich geen strafbare feiten hebben voorgedaan. Omdat deze acute en dringende behoefte niet bestond, kon het huisverbod niet opgelegd worden.
In eerdere uitspraken kwam de Afdeling vaak niet toe aan een toets aan dit criterium. Waar dat wel gebeurde werd op basis van omstandigheden zoals bovenstaand (relatieproblemen, zichtbaar letsel, aanwezigheid van kinderen) wel overwogen dat er sprake was van een acute en dringende behoefte aan een afkoelingsperiode (zie ECLI:NL:RVS:2014:1408). Het tijdsverloop tussen het incident en de oplegging van het huisverbod lijkt in deze zaak dus bepalend.
ABRvS 6 augustus 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:2974
Door mr. drs. A. Schreijenberg
"