Nieuwsbrief voor overheden
De eigenaar van een woning in Weert stelt planschade te hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van een bestemmingsplan. Het verzoek om een tegemoetkoming in de schade heeft ook betrekking op een tweetal besluiten, waarbij het college van burgemeester en wethouders vrijstelling en een bouwvergunning heeft verleend voor het realiseren van woningen. Het college heeft een adviesbureau ingeschakeld om de planologische vergelijking uit te voeren. Omdat sprake is van twee planologische maatregelen zijn er ook twee planologische vergelijkingen gemaakt. Het college heeft vervolgens op beide schadebedragen afzonderlijk het normaal maatschappelijk risico in mindering gebracht. Het ene bedrag viel binnen het normaal maatschappelijk risico, dus die schade blijft voor rekening van de aanvrager. Het andere bedrag oversteeg het normaal maatschappelijk risico en kwam zodoende, na aftrek van het normaal maatschappelijk risico, voor tegemoetkoming in aanmerking.
Bij de Afdeling betoogt appellant dat het college ten onrechte op beide bedragen het normaal maatschappelijk risico in mindering heeft gebracht. De bouw van de zes woningen op basis van het ene besluit en de bouw van de twee woningen op basis van het andere besluit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn daarom als één planologische maatregel te beschouwen. De Afdeling gaat hier niet in mee en geeft aan dat er sprake is van twee planologische besluiten. Het uitgangspunt daarbij is dat er ook twee planvergelijkingen worden gemaakt. Op beide schadebedragen, die uit de planvergelijkingen vloeien, moet het normaal maatschappelijk risico in mindering worden gebracht. Op dit uitgangspunt bestaat een uitzondering als blijkt dat het een vooropgezet plan is van het college om op deze wijze twee keer het normaal maatschappelijk risico in mindering te brengen. Daar is in deze zaak geen sprake van, aldus de Afdeling.
ABRvS 20 augustus 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:3126
Door mr. M.C. Sinke
"