Nieuwsbrief voor overheden

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor de sloop, renovatie en (deels vervangende) nieuwbouw van en aan het rijksmonument Coolsingel 119, de voormalige ABN-AMRO bank. De ontwikkelaar Multi Veste 276 B.V., aanvrager van de vergunning, wil ter plaatse een centrum voor winkels, kantoren, woningen, horeca, leisure en een hotel realiseren.

Bij de Afdeling klaagt appellant erover dat –kort gezegd- de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling door het college onvoldoende is gemotiveerd. Appellant verwijst daarbij uitdrukkelijk naar artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de ladder voor duurzame verstedelijking en stelt dat de omgevingsvergunning in strijd met deze eisen is vastgesteld. Zowel in een zienswijze op de ontwerpvergunning als in beroep bij de rechtbank heeft appellant nagelaten expliciet te refereren aan dit artikel. Wel had appellant geklaagd over dreigende leegstand van winkelpanden in de binnenstad.

Volgens de Afdeling is het enkel noemen van dreigende leegstand onvoldoende. Appellant diende expliciet een beroep te doen op artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Nu volgens de Afdeling niet blijkt dat een expliciet beroep op artikel 3.1.6 Bro niet eerder kon worden gedaan, dient het betoog van appellant dat ziet op artikel 3.1.6 lid 2 Bro buiten beschouwing te blijven. Een en ander vanuit een oogpunt van een zorgvuldig en doelmatig gebruik van rechtsmiddelen en omwille van de zekerheid van de andere partij omtrent hetgeen in geschil is.

Het is dus belangrijk om al bij aanvang van de procedure expliciet een beroep op artikel 3.1.6 lid 2 Bro te doen, danwel na te gaan of dit is gedaan.

De Afdeling gaat echter niet zover dat de gehele behoeftediscussie buiten het geding wordt gelaten. De Afdeling overweegt dat het college bij de beoordeling van de aanvraag de te verwachten gevolgen van het bouwplan voor de leegstand van winkelpanden in de binnenstad ook uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient mee te nemen in de belangenafweging. Deze wending mag voor appellant echter niet baten; de Afdeling komt tot het oordeel dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de leegstand in de binnenstad als gevolg van het bouwplan niet verder zal toenemen.

ABRvS 31 december 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:4770

Door mr. M.C. (Marika) Sinke

"

Actualiteiten overzicht