Nieuwsbrief voor overheden
De gemeente Den Haag heeft een openbare aanbesteding uitgeschreven voor het aanbrengen van ondergrondse restafvalcontainers. In het bestek staat dat voorzieningen moeten worden getroffen voor het inkalven van de sleuf door middel van bekisting met grondkerende schotten aan vier zijden van de put/sleuf.
Een inschrijver schrijft in voor een bedrag van € 10,- per stuk en vermeldt daarbij in de open begroting dat het hier gaat om € 10,- per zijde. Volgens de inschrijver is het bestek niet correct, want het bestek heeft het over 50 stuks terwijl dit feitelijk 200 stuks moesten zijn. De gemeente verklaart de inschrijving ongeldig.
De voorzieningenrechter is het daarmee eens. Ook het hof oordeelt dat een normaal oplettende inschrijver de tekst slechts op één manier kan uitleggen, namelijk dat de gevraagde eenheid is het aan vier zijden van de put/sleuf aanbrengen van een voorziening tegen het inkalven van de sleuf. Daarvoor moet een prijs worden opgegeven, ook als de inschrijver van mening is dat het niet steeds nodig is om aan vier zijden een voorziening te treffen.
De inschrijver heeft volgens de inschrijfstaat ingeschreven voor € 10,-. Dus is de inschrijving
volgens de inschrijver duidelijk en ook geldig, ook al volgt achteraf wellicht een geding over de uitleg van het bestek. Het hof deelt die visie niet.
De inschrijfstaat is weliswaar doorslaggevend, maar dat betekent niet dat de gemeente geen acht mag slaan op of vragen mag stellen over de tot de inschrijvingsstukken behorende begroting. Uit die open begroting blijkt dat de in de inschrijvingsstaat genoemde prijs niet aansluit bij de in het bestek geformuleerde vraag, zodat de inschrijving terecht ongeldig is verklaard. De gemeente heeft bovendien terecht aangevoerd dat de inschrijving voorwaardelijk is, omdat aan de inschrijving als voorwaarde een door de inschrijver gegeven uitleg van de bestekspost is verbonden.
Dit is niet, aldus het hof, een geschil dat in de uitvoeringsfase moet worden beslecht. Het is duidelijk dat de inschrijver de bestekspost uitlegt op een wijze die niet strookt met het bestek en bovendien op een andere wijze dan de gemeente. Omdat de inschrijver, nadat hem op niet mis te verstane wijze om verduidelijking was gevraagd, aan zijn uitleg heeft vastgehouden en daarbij heeft aangegeven dat zijn prijs niet aansluit bij de door de aanbestedende dienst gegeven uitleg, is dat een kwestie die de geldigheid van de inschrijving raakt. Het is dus niet een uitvoeringsprobleem waarover te zijner tijd de rechter of arbiter bij de uitleg van het bestek moet oordelen!
Hof Den Haag 24 november 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHDHA:2015:3202
Door mr. U.T. Hoekstra
"