Nieuwsbrief voor overheden
In een uitspraak van 28 april 2016 ging het over een militair die schadevergoeding eiste van zijn werkgever. Appellant was gedetacheerd bij de Koninklijke Militaire School (KMS) in het kader van de opleiding tot officier. Op 28 augustus 2008 werd de jaardag van de KMS gehouden. Verplicht onderdeel hiervan was een activiteit waarin tweetallen tegen elkaar streden voor de snelste tijd op een opblaasbare hindernisbaan. Toen appellant bij de eerste hindernis tussen twee met lucht gevulde dwarsbalken door dook, botste hij met zijn hoofd tegen een van de dwarsbalken. Ten gevolge van deze val brak appellant twee nekwervels. Appellant hield de minister aansprakelijk voor dit ongeval.
De minister heeft de aansprakelijkheid niet erkend. Nadat appellant in beroep ging bij de rechtbank oordeelde de rechtbank dat inderdaad geen sprake was van een schending van de zorgplicht. Een verplichte activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een opblaasbare hindernisbaan is geen gevaarzettende handeling. Verder is van belang dat de opblaasbare hindernisbaan geen gebreken vertoonde, gecertificeerd was en voldeed aan veiligheidsvoorschriften. Tijdens het gebruik van de hindernisbaan vond toezicht plaats door gecertificeerde sportinstructeurs. Er waren ook geen instructies van de verhuurder waaruit bleek dat op de eerste hindernis niet gedoken mocht worden.
De Centrale Raad oordeelt dat de rechtbank het beroep van appellant terecht ongegrond heeft verklaard en laat de uitspraak van de rechtbank in stand.
CRvB 28 april 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2016:1599
"