Nieuwsbrief voor overheden
In het ambtenarenrecht geldt een vrije bewijsleer. Dat wil zeggen dat er geen vaste regels zijn omtrent het verzamelen dan wel de bewijskracht van ingebrachte bewijsstukken. Toch wordt daar in de rechtspraak vaak een beroep op gedaan. In een ontslagzaak van een politieman naar aanleiding van seksuele intimidatie beroept de man zich op vaste rechtspraak van de Centrale Raad (uitspraak van 27 november 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG7085) waarin wordt gesteld dat met verklaringen van collega’s voorzichtig moet worden omgegaan. Daarbij moet rekening worden gehouden met de bestaande verhoudingen tussen de collega’s. Omdat in de onderhavige zaak sprake is van optreden in één-op-één situaties is het verhoren van de individuele collega’s onvermijdelijk. Daarnaast oordeelt de Centrale Raad dat, omdat er een groot aantal collega’s is ondervraagd die verschillen in rang en samenwerkingsrelatie, de eventuele groepsdynamiek de objectiviteit van verklaringen niet in de weg staat. De verklaringen kunnen als bewijs dienen.
In een andere, op dezelfde dag gewezen, zaak oordeelt de Centrale Raad dat een deugdelijke vaststelling van gegevens ook mogelijk is op basis van bevindingen van een niet onder verantwoordelijkheid van de werkgever uitgevoerd onderzoek. In deze zaak, waar het gaat om het bezit van kinderpornografie, stelt appellant onder verwijzing naar een uitspraak van de Centrale Raad (18 augustus 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR5553) dat een disciplinair ontslag moet berusten op een eigenstandige feitenvaststelling. De Centrale Raad oordeelt vervolgens dat een deugdelijke vaststelling van gegevens niet betekent dat sprake moet zijn van eigenstandige feitenvaststelling. De ten aanzien van het bezit van kinderpornografie in een strafvonnis neergelegde weergave van de door de strafrechter gebruikte bewijsmiddelen wordt gezien als een deugdelijke onderbouwing.
CRvB 19 juni 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2014:2091
CRvB 19 juni 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2014:2093
"