Nieuwsbrief voor overheden
De Verhaalswet ongevallen ambtenaren (Voa) kent een verhaalsrecht toe aan de overheid voor de kosten van verstrekkingen en uitkeringen die een overheidslichaam aan een ambtenaar verstrekt, die tijdens diensttijd een ongeval heeft gehad waarvoor een derde aansprakelijk is. Voor ongevallen van werknemers is dit verhaalsrecht van de werkgever geregeld in artikel 6:107a van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank Rotterdam heeft op 25 maart 2020 een vonnis gewezen over een verhaalsactie op grond van de Voa. Brengt de normalisering van de ambtelijke rechtspositie hierin verandering?
De zaak bij de rechtbank Rotterdam betrof een verkeersongeval van een docent elektrotechniek en wiskunde. Het ongeval was te wijten aan een ander, die in het kader van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) voor aansprakelijkheid was verzekerd bij Allianz. Allianz heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Tot de dag van het ongeval had de docent een gering ziekteverzuim. Na het ongeval heeft hij zich ziekgemeld en zijn werkzaamheden als docent niet meer hervat. Krachtens zijn rechtspositieregeling heeft de werkgever over een periode van twee jaar het netto loon doorbetaald. Allianz heeft het netto loon over de eerste drie maanden vergoed, maar de overige kosten geweigerd. Dit ging om een bedrag van ruim € 65.000,- dat de werkgever dus op Allianz heeft verhaald met een beroep op de Voa.
Allianz heeft vergoeding van de overige (bijna) 21 maanden aan netto loon geweigerd, omdat het causaal verband tussen het ongeval, de klachten en de schade zou ontbreken. De rechtbank overweegt in dit verband de stelplicht en, in voorkomend geval, de bewijslast ter zake van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat Allianz als verzekeraar van de schuldige aan het ongeval aansprakelijk is, in beginsel rust op de werkgever van de docent. Ten aanzien van het vereiste causaal verband mogen in een zaak als deze geen al te hoge eisen worden gesteld. Het gaat erom of de klachten als zodanig daadwerkelijk bestaan en dat die klachten mede gelet op de toedracht van het ongeval daaraan redelijkerwijs kunnen worden toegeschreven. Indien komt vast te staan dat het slachtoffer vóór het ongeval deze klachten niet had, de klachten op zich door het ongeval kunnen zijn veroorzaakt en een alternatieve verklaring voor de klachten ontbreekt, zal het bewijs van het causaal verband veelal geleverd zijn.
Aan de hand van een bespreking van het dossier is de rechtbank van oordeel dat het bewijs voor causaal verband in dit geval is geleverd. Maar de rechtbank voegt daar nog enkele overwegingen aan toe. De rechtbank neemt in aanmerking dat de werkgever niet in staat is (lees: wordt belemmerd in de mogelijkheden om) bewijs te verzamelen in verband met de privacy van de docent. Ook is in de eerste twee jaar vol ingezet op de re-integratie van de docent, was deze re-integratie er niet bij gebaat dat de werkgever zich zou bemoeien met de afwikkeling van de schade, en wordt een letselschade in de regel ook pas afgewikkeld als een eindsituatie is bereikt.
Dit alles in aanmerking nemend, wijst de rechtbank de vordering van de werkgever toe.
Heeft de normalisering van de ambtelijke rechtspositie nog gevolgen voor verhaalsacties als deze? Het antwoord luidt kort gezegd: nee.
Aanvankelijk is beoogd om ‘genormaliseerde’ ambtenaren in het vervolg onder de werking van het regresrecht van artikel 6:107a BW te brengen. Dit in lijn met het oogmerk van de wetgever om de ambtelijke rechtspositie zoveel mogelijk gelijk te schakelen met die in het bedrijfsleven. Het Bureau Schade-afwikkeling heeft er echter op gewezen dat het regresrecht van artikel 6:107a BW enger is dan dat op grond van de Voa. Artikel 6:107a BW ziet enkel op (netto) doorbetaald loon, terwijl het regres met een beroep op de Voa breder is. Bovendien zouden er allerlei overgangsrechtelijke complicaties ontstaan als de Voa niet langer zou gelden voor ‘genormaliseerde’ ambtenaren. Naar aanleiding van deze reactie van het Bureau Schade-afwikkeling is besloten om de Voa qua reikwijdte zo weinig mogelijk te wijzigen. De Voa blijft dus van toepassing op zowel de ‘genormaliseerde’ ambtenaren voor wie de AW 2017 geldt, als de hiervan uitgezonderde sectoren (politie, defensie, rechterlijke macht) waarvoor het ‘oude’ ambtenarenrecht blijft gelden.
Rb Rotterdam 25 maart 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBROT:2020:2841
Memorie van Toelichting Aanpassingswet Wnra, TK 2018-2019, 35 073 nr. 3 pp. 60 en 70.
Door Bas de Moor
"