Nieuwsbrief voor overheden
In zes uitspraken van 20 september 2017 heeft de Afdeling overwogen dat eigenaren van recreatiewoningen, die deze verhuurden aan huurders die de woningen gebruikten voor permanente bewoning, niet als overtreder kunnen worden aangemerkt. Dit mede omdat het bestemmingsplan in kwestie onder de WRO tot stand kwam en het “laten gebruiken” toen nog niet verboden was.
Het college van burgemeester en wethouders van Ede heeft de eigenaren van recreatiewoningen onder oplegging van een dwangsom van € 20.000,-- ineens per woning gelast om de permanente bewoning van de woningen te beëindigen en beëindigd te houden.
In artikel 9, lid 5 van de planregels van het geldende bestemmingsplan is onder andere opgenomen dat het gebruik van gronden en gebouwen voor permanente bewoning in strijd is met de bestemming.
De rechtbank had overwogen dat het gebruik van de recreatiewoningen voor permanente bewoning in strijd is met het bestemmingsplan. De eigenaren stellen dat zij niet hebben gehandeld in strijd met het bestemmingsplan. Ze hebben de woningen immers niet zelf gebruikt voor permanente bewoning en het laten gebruiken van de recreatiewoningen voor permanente bewoning is niet verboden in het bestemmingsplan.
De Afdeling volgt deze redenering. Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie op dit punt overweegt de Afdeling dat het in gebruik geven van een pand ten behoeve van een met de aan de grond gegeven bestemming strijdig doel zonder een daartoe strekkend verbod niet verboden is. Een dergelijk verbod geldt hier niet. Daarbij is van belang dat het bestemmingsplan onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) tot stand kwam. Artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), die het laten gebruiken verbieden, waren toen nog niet van toepassing.
Artikel 9, lid 5 van de planregels richt zich volgens de Afdeling uitsluitend tot degene die de recreatiewoningen gebruikt voor permanente bewoning, zodat ook uitsluitend diegene als overtreder kan worden aangemerkt.
ABRvS 20 september 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2017:2545
Door Ad Schreijenberg
"