Nieuwsbrief voor overheden
De gemeente Harlingen verleent in 1976 een bouwvergunning voor de plaatsing van een damwand. De damwand blijkt te zijn gerealiseerd op een perceel dat eigendom is van de gemeente. In 2008, 2015 en 2016 constateert de eigenaar van dat moment dat de damwand moet worden vernieuwd. Hij spreekt de gemeente aan op vernieuwing van de damwand, stellend dat de gemeente eigenaar is van het perceel. De gemeente voert echter aan dat de damwand een daad van bezitsuitoefening is en dat de gemeente daardoor haar recht van eigendom verloren heeft, zodanig dat zij niet meer tot reconstructie van de damwand kan worden aangesproken.
Bij de rechtbank Noord-Nederland slaagt dit verweer. Zij overweegt dat het laten aanleggen van een damwand duidt op een eigendomspretentie, ook al omdat een damwand pleegt te worden aangelegd om een oever te versterken, zodanig dat afkalving van het desbetreffend perceel wordt tegengegaan. Indien het zo zou zijn dat de rechtsvoorganger de damwand enkel zou hebben aangelegd om ter plaatse een goede aanlegplek te creëren, dan wijst dit juist ook op eigendomspretenties ten aanzien van de strook grond voor en onder de damwand. Aangezien de gemeente geen eigenares is, hoeft zij de damwand ook niet te onderhouden.
Opmerking: het hof ’s-Hertogenbosch heeft in een arrest d.d. 11 oktober 2016 geoordeeld dat het aanleggen van een beschoeiing aan een walkant niet een zodanige machtsuitoefening vormt, dat naar verkeersopvatting het bezit van de gemeente daardoor teniet wordt gedaan; een dergelijke beschoeiing vormt geen daad waartegen de gemeente zich behoeft te verzetten op straffe van het intreden van verjaring; een dergelijke beschoeiing is immers in het voordeel van de gemeente; deze kan dan ook door de gemeente worden gedoogd (ECLI:NL:GHSHE:2016:4559).
Rb. Noord-Nederland 17 januari 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNNE:2018:147
Door Rikkert Hoekstra
"