Nieuwsbrief voor overheden
Gemeenten mogen fietsen niet onder spoedeisende bestuursdwang verwijderen vanwege het uiterlijk aanzien van de gemeente en de vrees voor verrommeling. Bij verkeersonveilige situaties is dat wel mogelijk.
In Apeldoorn is het op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV)verboden op door het college van burgemeester en wethouders in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Een vrouw had haar fiets begin 2015 buiten de fietsenrekken in een fietsenstalling op het stationsplein van Apeldoorn neergezet en de burgemeester heeft daarop spoedeisende bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31, tweede lid Algemene wet bestuursrecht toegepast, omdat de fiets in strijd met het bepaalde in de APV op die plaats was gestald. In beroep kreeg de vrouw gelijk en werd het college veroordeeld om haar een vergoeding te betalen.
Het college ging in hoger beroep, omdat de rechtbank volgens hem ten onrechte heeft geoordeeld dat er zich geen spoedeisende situatie heeft voorgedaan. De rechtbank zag in de aantasting van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de dreigende verrommeling van de fietsenstalling en de in verband hiermee bestaande vrees voor precedentwerking geen grond voor het oordeel dat de situatie zo spoedeisend was dat een besluit niet kon worden afgewacht. De Afdeling volgt de rechtbank daarin.
De verwijzing van het college naar een uitspraak waarin de Afdeling eerder anders overwoog mocht niet baten. In die zaak werd aannemelijk gemaakt dat de verkeersveiligheid in het geding kwam. Daarin kan wel een spoedeisende situatie gevonden worden.
ABRvS 14 december 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:3299
Door Ad Schreijenberg
"