Nieuwsbrief voor overheden
Aanleiding was een geweigerde omgevingsvergunning voor een illegaal gebouwde loods van 240 m² en 5,11 m hoogte in Den Haag, in gebruik als hondentrimsalon en voor het stallen van auto’s. Het college weigerde de vergunning wegens strijd met de ruimtelijke kwaliteit; de rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde het college dat appellant geen procesbelang meer had, nu hij het perceel inmiddels had verkocht aan zijn zoon.
De Afdeling verwierp dit standpunt. Appellant had op zitting toegelicht dat zijn zoon te veel voor het perceel had betaald indien de loods gesloopt moest worden en hij dat verschil zou moeten terugbetalen. Dat financieel belang is voldoende: procesbelang ontbreekt pas als ieder belang bij de procedure is vervallen.
ABRvS 25 februari 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2026:1085.