Nieuwsbrief voor overheden

Geen verplichting tot herhaling van de uov
Het college van Amstelveen nam in 2021 met toepassing van de uov een verkeersbesluit tot aanleg van een bussluis in de Noorddammerlaan-Legmeerdijk, ter hoogte van de Sint Urbanuskerk. De rechtbank vernietigde dat besluit in 2022; het herstelbesluit van 31 januari 2023 sneuvelde op zijn beurt bij de rechtbank Amsterdam op 20 mei 2025, wegens onvoldoende onderzoek naar een alternatieve variant bij de Beneluxbaan en een gebrekkig draagvlakonderzoek.

In hoger beroep betoogden de tegenstanders van de bussluis dat de rechtbank het college explicietere aanwijzingen had moeten geven, onder meer de verplichting om bij het nieuwe besluit opnieuw de uov te volgen. De Afdeling gaat daar niet in mee. Artikel 8:72, vierde lid, onder a, van de Awb ziet niet op deze situatie, omdat de uov hier niet wettelijk was voorgeschreven. Het college had de procedure destijds vrijwillig gevolgd op grond van artikel 3:10, eerste lid, van de Awb, en is niet gehouden dat bij het herstelbesluit te herhalen. Ook de wens om van de rechter concrete aanwijzingen te krijgen over de aanpak van het herstel, wijst de Afdeling af: na vernietiging is het aan het bestuursorgaan om de gebreken te herstellen en belanghebbenden kunnen tegen het nieuwe besluit opkomen als dat naar hun mening niet is gelukt.

Vervangingsbesluit hangende hoger beroep: artikel 6:19 Awb
Terwijl het hoger beroep tegen het besluit van 31 januari 2023 nog liep, nam het college op 11 november 2025 opnieuw een verkeersbesluit, met dezelfde uitkomst: de bussluis blijft. Het college meende zelf een nieuw primair besluit te hebben genomen, waartegen bezwaar openstond, en verklaarde de ingediende bezwaren op 26 maart 2026 ongegrond.

De Afdeling corrigeert dit ambtshalve. Artikel 6:19 van de Awb is van openbare orde, en het vervangingsbesluit voldoet aan de daarin gestelde criteria: het is genomen door hetzelfde orgaan, met herhaalde aanwending van dezelfde bevoegdheid, op dezelfde feitelijke grondslag en binnen de grondslag en reikwijdte van de eerdere besluitvorming. Bezwaren tegen zo'n besluit moeten op grond van artikel 6:19 in samenhang met artikel 6:24 van de Awb worden doorgezonden aan de instantie waar het hoger beroep aanhangig is; het college was niet bevoegd om zelf op bezwaar te beslissen (vgl. ABRvS 7 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4100). De besluiten op bezwaar van 26 maart 2026 sneuvelen daarom.

Wie krijgt een beroep van rechtswege?
De uitspraak illustreert ook mooi de verschillende posities die kunnen ontstaan rond een 6:19-besluit. Partijen die al beroep hadden ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit, krijgen van rechtswege een beroep tegen het vervangingsbesluit, tenzij daaraan volledig is tegemoetgekomen. Dat laatste deed zich voor bij de voorstanders van de bussluis: hun wens werd met het vervangingsbesluit gehonoreerd, zodat voor hen geen (nieuw) belang bij een beroep resteerde.

Voor derden die niet eerder tegen het oorspronkelijke besluit waren opgekomen, geldt een strengere maatstaf. Zij worden in beginsel geacht daarin te hebben berust. Alleen als zij door het vervangingsbesluit in een nadeliger positie zijn geraakt, of als gewijzigde feiten of omstandigheden hen redelijkerwijs excuseren, kunnen zij alsnog opkomen (vgl. ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:121). Nu daarvan in deze zaak geen sprake was, verklaart de Afdeling het als beroep aangemerkte bezwaar van deze derden niet-ontvankelijk.

Inhoudelijke toets: variantenonderzoek en evenredigheid
Inhoudelijk stond de vraag centraal of het college voldoende onderzoek had gedaan naar de verkeerskundige gevolgen van een bussluis bij de Beneluxbaan, als alternatief voor de gekozen locatie bij de Sint Urbanuskerk. Het college liet daartoe een aanvullend onderzoek uitvoeren door Bono Traffics, dat de twee varianten op meerdere criteria vergeleek, waaronder leefbaarheid en verkeersveiligheid. De Afdeling accepteert dat het college, na de eerdere kritiek van de rechtbank, niet langer uitsluitend mocht afgaan op het rapport van Goudappel Coffeng, dat de situatie alleen vanuit het perspectief van sluipverkeer had bezien.

Bij de evenredigheidstoets herhaalt de Afdeling het bekende beoordelingskader: het college heeft beoordelingsruimte bij het bepalen van wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen en beleidsruimte bij het afwegen van die belangen tegen de nadelige gevolgen voor belanghebbenden. De bestuursrechter toetst niet of hijzelf tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen, maar of de uitkomst van de belangenafweging onevenredig is in verhouding tot de daarmee gediende doelen. Die toets doorstaat het vervangingsbesluit.

ABRvS 22 juli 2026, www.rechtspraak.nlECLI:NL:RVS:2026:4288

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team