Nieuwsbrief voor overheden
Een ambtenaar nam ontslag in verband met het accepteren van een baan bij een andere gemeente. Het bestuursorgaan verrekende vervolgens de te veel opgenomen verlofuren met de nog aan betrokkene uit te betalen bezoldiging. Betrokkene maakte hiertegen bezwaar, niet omdat hij betwist dat er te veel verlofuren zijn opgenomen en wat de geldelijke waarde daarvan is, maar uitsluitend omdat er volgens hem voor de verrekening geen juridische grondslag bestaat. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat in artikel 117, eerste lid, van de Ambtenarenwet (AW) is bepaald dat met de door de staat of de openbare lichamen verschuldigde bezoldiging kan worden verrekend hetgeen de ambtenaar als zodanig aan hen zelf verschuldigd is. In artikel 6:2:3, eerste lid, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) is bepaald dat de ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of wordt ontslagen, recht heeft op vakantie naar rato van de tijd dat hij zijn betrekking vervult. De CAR/UWO kent geen dwingendrechtelijke bepaling op grond waarvan het bestuursorgaan verplicht is tot verrekening of terugvordering. Dit leidt naar het oordeel van de Centrale Raad echter niet tot de conclusie dat er dus in een gemeente waar de CAR/UWO geldt geen sprake kan zijn van een bevoegdheid tot verrekening van teveel genoten vakantie-uren. Met de rechtbank is de Centrale Raad van oordeel dat artikel 117, eerste lid, van de AW, in samenhang met artikel 6:2:3, eerste lid, van de CAR/UWO, deze bevoegdheid geeft. Het betreft hier een zogenoemde kan-bepaling die een discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan uitdrukt. De rechter staat in zo’n geval voor de vraag of het bestuursorgaan gelet op de omstandigheden van het geval, in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. De Centrale Raad overweegt in dit geval voorts dat het bij betrokkene ging om een ontslag op eigen verzoek, waarbij aan betrokkene kort tevoren nog ouderschapsverlof was toegestaan. Het is niet ongebruikelijk dat bij een overstap van de ene naar de andere gemeente in een geval als dit tussen de werkgevers onderling een regeling wordt getroffen waarbij verlofdagen, zowel bij overschot als bij tekort, worden verrekend. Zonder een afspraak tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ werkgever, die in het geval van deze ambtenaar ontbreekt, zou betrokkene zonder verrekening een dubbel aantal vakantiedagen hebben genoten. Bij zijn nieuwe werkgever ontvangt hij immers opnieuw verlofuren naar rato van de tijd die hij bij zijn betrekking vervult. Gelet hierop heeft de ‘oude’ werkgever naar het oordeel van de Centrale Raad in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot verrekening gebruik mogen maken.
CRvB 15 oktober 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2015:3618
"