Nieuwsbrief voor overheden
In navolging van de uitspraak van 19 april 2016, deed de Centrale Raad recent opnieuw een uitspraak over verrekening van een proceskostenvergoeding met vorderingen van een bestuursorgaan op een bijstandsgerechtigde. Die verrekening is mogelijk, omdat de vergoeding toekomt aan de burger. Indien de burger werd bijgestaan op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand, kan dit betekenen dat de rechtsbijstandsverlener een lagere vergoeding ontvangt voor de verleende rechtsbijstand. Onlangs heeft de Centrale Raad deze strenge lijn, waar de nodige kritiek op is geleverd, doorgetrokken naar zaken van diverse typen bijzondere bijstand.
Een gemeente kwam erachter dat een bijstandsgerechtigde burger niet alle veranderingen in zijn situatie had gemeld. Zo had hij gedurende een periode samengewoond met zijn partner en had hij gedurende een bepaalde periode een periodieke bijdrage van zijn oma ontvangen. Indien deze veranderingen waren gemeld, zouden deze van invloed zijn geweest op de hoogte van zijn bijstandsuitkering.
De gemeente besloot om de bijstandsuitkering stop te zetten en de te veel ontvangen bedragen terug te vorderen. De bijstandsgerechtigde tekende bezwaar aan en ging daarna in beroep tegen de besluiten van de gemeente. In hoger beroep komt er, na een langdurende procedure met diverse besluiten, beslissingen op bezwaar en (terug)verwijzingen naar de gemeente, na zeven jaar en zeven maanden door de uitspraak van de Centrale Raad een einde aan de rechtsstrijd.
De procedure in hoger beroep betrof onder meer het besluit van de gemeente om de vergoeding van de proceskosten in bezwaar en beroep te verrekenen met de openstaande vorderingen van de gemeente uit hoofde van terugvorderingsbesluiten.
Interessant is het oordeel van de Centrale Raad ten aanzien van de bezwaar- en proceskostenveroordeling. De Centrale Raad gaat hier in op artikel 58 t/m 60a van de Wet werk en bijstand (WWB) (tegenwoordig: Participatiewet). Uit artikel 60a lid 4 van de WWB volgt de bevoegdheid van het dagelijks bestuur om een vordering die de belanghebbende op hem heeft, te verrekenen met een vordering als bedoeld in artikel 58 (terugvordering) en artikel 59 (terugvordering gezinsleden) WWB. Deze bevoegdheid omvat volgens de Centrale Raad óók de mogelijkheid om te verrekenen met een eventuele bezwaar- en proceskostenvergoeding. Het is de bijstandsgerechtigde aan wie de vergoeding wordt toegekend. Dat deze vergoeding in de praktijk vaak wordt overgemaakt naar de rechtsbijstandsverlener die deze vervolgens verrekent met de Raad voor Rechtsbijstand, maakt dit niet anders. De verrekening door het bestuursorgaan gaat volgens de Centrale Raad voor op de betaling aan een derde (hier: de rechtsbijstandverlener). Die lijn houdt de Centrale Raad vast.
CRvB 8 november 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2016:4256
Door Marlies Blesgraaf
"