Nieuwsbrief voor overheden

Het is vaste rechtspraak dat als in een contract naar twee onderling verschillende sets algemene voorwaarden wordt verwezen zonder dat er precies is aangegeven welke van die sets van toepassing is, geen van de sets algemene voorwaarden deel uitmaakt van de overeenkomst. In een kwestie waarin de Hoge Raad op 24 april 2015 uitspraak heeft gedaan, staat de vraag centraal of deze regel ook geldt indien er twee sets algemene voorwaarden, met daarin onverenigbare bedingen, uitdrukkelijk wél van toepassing zijn verklaard.

For Farmers B.V. heeft in oktober 2009 een koopovereenkomst gesloten ter zake van levensmiddelen en diervoedergrondstoffen. In die overeenkomst zijn de “Conditiën van de Nederlandse Handel in Granen en Diervoedergrondstoffen (CNGD-voorwaarden)” van toepassing verklaard. Verder wordt een tweede set algemene voorwaarden van toepassing verklaard, namelijk die van de leverancier van For Farmers B.V. Op grond van artikel 45 van de CNGD-voorwaarden worden alle geschillen ter zake de koopovereenkomst, door arbitrage beslecht. Echter, in de algemene voorwaarden van de leverancier is in artikel 14 bepaald dat alle geschillen in eerste aanleg zullen worden voorgelegd aan de rechtbank Middelburg.

Nadat een geschil tussen For Farmers B.V. en haar leverancier is ontstaan, staat de vraag centraal of de rechter dan wel de arbiter bevoegd is. De leverancier heeft bij de rechtbank Middelburg aangevoerd dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren, gezien het arbitraal beding in de algemene voorwaarden (artikel 1022 lid 1Rv). De rechtbank wees deze vordering toe, onder verwijzing naar het arrest Visser/Avéro (HR 28 november 1997, NJ 1998, 705). Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd. Kort gezegd waren de rechtbank en het hof van oordeel dat in deze kwestie geen sprake is van een situatie dat onduidelijk is welke set algemene voorwaarden van toepassing is, maar van een situatie waarin beide sets (cumulatief) van toepassing zijn verklaard. De vraag of een arbiter of de rechtbank bevoegd is, moet vervolgens aan de hand van uitleg (van contracten en partijbedoelingen) worden vastgesteld, aldus rechtbank en hof. Op grond van die uitleg had For Farmers B.V. als professionele partij, die een langdurige handelsrelatie had met haar leverancier, goed op de hoogte moeten zijn van de inhoud van de CNGD-voorwaarden en daarom geldt het arbitrale beding, zodat de rechtbank onbevoegd is.

De Hoge Raad laat dit oordeel in stand, door te overwegen:

“Anders dan het onderdeel bepleit, bestaat er volgens de Hoge Raad geen grond, ook voor een geval als onderhavige, waarin de toepasselijkheid van beide sets algemene voorwaarden is bedwongen en aanvaard deze sets algemene voorwaarden niettemin buiten de toepassing te laten indien daarin onderling onverenigbare bedingen voorkomen. In zodanig geval is sprake van een overeenkomst met onderling strijdige bedingen, en dient door uitleg te worden vastgesteld welke van die bedingen prevaleert.”

Kortom, de regel uit het Visser/Avero-arrest is dus alleen van toepassing als in de overeenkomst naar meerdere sets algemene voorwaarden wordt verwezen en niet duidelijk is welke van deze sets voorwaarden voorgaat (door het gebruik van woorden zoals ‘of’). Als echter uitdrukkelijk het gebruik van meerdere sets is bedongen én is aanvaard, dan zijn die sets voorwaarden naast elkaar van toepassing en is (hooguit) sprake van onderling tegenstrijdige bedingen. In dat geval dient door uitleg van de overeenkomst te worden bepaald welke bedingen voorgaan. Met deze uitspraak wordt dus een einde gemaakt aan de in de jurisprudentie ingezette lijn, dat de regel uit het arrest Visser/Avero ook van toepassing zou zijn als naar meerdere sets algemene voorwaarden wordt verwezen. 

HR 28 november 1997, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:1997:ZC2507

HR 24 april 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2015:1125

Door mr. R.M. Pieterse

"

Actualiteiten overzicht