Nieuwsbrief voor overheden

Bestuursorgaan hoeft er niet zonder meer van uit te gaan dat de gemachtigde die betrokken was bij de procedure tegen de last onder dwangsom ook als gemachtigde betrokken is bij het invorderingsbesluit. In dit geval is van belang dat de last onder dwangsom al formele rechtskracht had toen de invorderingsbesluiten werden verstuurd. Deze besluiten hadden niet toegestuurd hoeven worden aan de eerdere gemachtigde.

De feiten

Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht had ter zake van één overtreding een last onder dwangsom opgelegd aan twee overtreders. De overtreders maakten bezwaar tegen de last onder dwangsom en werden in die procedure bijgestaan door een en dezelfde gemachtigde. Tegen de beslissing op bezwaar werd geen beroep ingesteld. Zes weken na verzending van de beslissingen op bezwaar kreeg de last onder dwangsom dus formele rechtskracht.

Ongeveer een halfjaar later constateerde een toezichthouder dat de last niet werd uitgevoerd en dus dwangsommen waren verbeurd. Het college besloot tot invordering van deze dwangsommen over te gaan en stuurde de invorderingsbesluiten rechtstreeks naar de overtreders.

De overtreders maakten bezwaar tegen de invorderingsbesluiten, maar het college verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat de bezwaarschriften te laat waren ingediend.

De overtreders voerden in beroep aan dat de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard omdat de besluiten niet aan hun gemachtigde waren gezonden en daarom niet op de voorgeschreven wijze waren bekendgemaakt.

De uitspraak van de Afdeling

Op grond van artikel 6:8 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) begint de termijn voor het maken van bezwaar te lopen vanaf het moment dat het bestreden besluit “op de voorgeschreven wijze” is bekendgemaakt. Op grond van artikel 3:41 Awb was de voorgeschreven wijze in dit geval toezending van het besluit aan de belanghebbende.

Het is echter vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 juni 2014) dat als een belanghebbende wordt bijgestaan door een gemachtigde de voorgeschreven wijze inhoudt dat het bestreden besluit moet worden toegezonden aan de gemachtigde.

De overtreders betoogden dat de invorderingsbesluiten aan hun gemachtigde gestuurd hadden moeten worden, omdat zij zich in de procedure tegen de last onder dwangsom lieten bijstaan door deze gemachtigde, dat dit bij het college bekend was en de procedure tegen het invorderingsbesluit nauw verbonden is met de procedure tegen de last onder dwangsom.

De Afdeling overweegt dat het invorderingsbesluit weliswaar nauw verbonden is met de last onder dwangsom, maar dat er in dit geval sprake is van een aparte procedure omdat er ten tijde van het invorderingsbesluit geen procedure meer aanhangig was tegen de last onder dwangsom. Bovendien vindt de Afdeling het van belang dat de gemachtigde eerder in de procedure tegen de last onder dwangsom had laten weten niet zonder meer te willen worden betrokken bij handhavingstrajecten, tenzij hij nadrukkelijk door zijn cliënten als gemachtigde is aangewezen.

Nu de procedure tegen de invorderingsbesluiten als een aparte procedure moet worden gezien, hoefde het college er niet van uit te gaan dat de overtreders werden bijgestaan door een gemachtigde omdat zij in de procedure tegen de last onder dwangsom werden bijgestaan door een gemachtigde. Dat is in lijn met de vaste jurisprudentie van de Afdeling. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2012.

“Waarschuwing”

Als tegen de last onder dwangsom nog een procedure aanhangig is, dan is deze procedure op grond van artikel 5:39 lid 1 Awb van rechtswege ook gericht tegen de besluiten tot invordering van de dwangsommen die verbeurd raken doordat de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. In dat geval moet het bestuursorgaan ook een invorderingsbesluit aan de gemachtigde sturen.

De vraag die nog wel rest is of de Afdeling tot een ander oordeel zou zijn gekomen als de gemachtigde niet eerder had laten weten niet zonder meer te willen worden betrokken bij (vervolg)handhavingstrajecten. Het lijkt mij beter om als bestuursorgaan geen risico te nemen en het invorderingsbesluit altijd ook toe te sturen aan degene die als gemachtigde optrad in de procedure tegen de last onder dwangsom.

ABRvS 13 december 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2017:3403

Door Jaap IJdema

"

Actualiteiten overzicht