Nieuwsbrief voor overheden
Voorkeursrecht van gemeente om gymzaal aan te kopen uitgewerkt nadat zij op eerste aanbod tot aankoop nee heeft gezegd. Gemeente kan het voorkeursrecht niet opschorten. Dat de gymzaal later nog eens aan gemeente te koop is aangeboden doet eenmaal uitgewerkt het voorkeursrecht niet herleven. Gewone (wettelijke) regels omtrent verkoop van een onroerende zaak zijn van toepassing.
De gemeente Oss verkoopt in 2000 een gymzaal aan een stichting. Daarbij wordt een voorkeursrecht bedongen: indien de stichting tot verkoop wil overgaan, moet de gymzaal eerst aan de gemeente te koop worden aangeboden. De koopprijs wordt zonodig bepaald door een drietal deskundigen.
In 2012 laat de stichting weten dat zij tot verkoop over wil gaan. Na enige 5-en en 6-en antwoordt de gemeente bij brief van18 april 2013 dat zij op dat moment geen interesse heeft in de aankoop. Het staat de stichting daarom vrij om tot 1 augustus 2013 het pand aan een derde te koop aan te bieden; de gemeente handhaaft het recht van eerste koop indien het pand niet voor 1 augustus 2013 zou zijn verkocht en geleverd aan een derde.
In november 2013 bericht de stichting dat zij een kandidaat-koper heeft. Zij verzoekt de gemeente om ofwel formeel akkoord te gaan met vervreemding aan de kandidaat-koper danwel akkoord te gaan met aankoop voor een bedrag van € 200.000,-. In december 2013 antwoordt de gemeente dat zij wel bereid is om de gymzaal te kopen voor een bedrag van € 100.000,- en dat het de stichting vrijstaat om de gymzaal te koop aan te bieden en te verkopen aan een derde, indien de stichting niet bereid is om tegen dat bedrag tot verkoop over te gaan. De stichting antwoordt in januari 2014 dat dat bedrag te laag is. Zij stelt voor tot benoeming van de deskundigen over te gaan. De deskundige van de stichting komt uit op een bedrag van € 176.000,-, maar de gemeentelijke makelaar komt niet hoger dan een bedrag van € 100.000,-. Er wordt geen overeenstemming bereikt over een derde deskundige.
In mei 2016 verzoekt de gemeente de stichting om alsnog een voorstel te doen voor een derde deskundige. In juli 2016 antwoordt de stichting dat zij daar niet meer aan mee wil werken.
In september 2016 weigert de stichting verder om aan de gemeente verkopen: zij heeft reeds in 2013 haar voorkeursrecht prijsgegeven. De stichting verwijt de gemeente dat zij doelbewust verkoop van de gymzaal heeft belemmerd.
Daarop start de gemeente een kort geding. Zij vordert dat de stichting zal overgaan tot benoeming van een derde deskundige, waartoe de gemeente een viertal deskundigen voordraagt.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant wijst de vordering van de gemeente af bij vonnis van 7 december 2016. Het oordeel luidt dat met de brief van 18 april 2013 het voorkeursrecht van de gemeente is uitgewerkt. Daaraan doet niet af dat de gemeente heeft aangegeven haar voorkeursrecht te handhaven na 1 augustus 2013. De gemeente heeft immers expliciet op dat moment aangegeven geen interesse te hebben in de aankoop. De stichting had niet de verplichting om daarna, na augustus 2013 de gymzaal nogmaals aan de gemeente aan te bieden. Indien de gemeente van het voorkeursrecht gebruik had willen maken, dan had zij dus direct ja moeten zeggen: dat heeft zij niet gedaan en daarmee is haar beurt voorbij gegaan.
De onderhandelingen daarna hebben er niet toe kunnen leiden dat het voorkeursrecht is herleefd. De stichting verkeerde mogelijk in de onjuiste veronderstelling dat het voorkeursrecht van de gemeente nog van kracht was, maar die onjuiste veronderstelling doet het voorkeursrecht niet werkelijk herleven. De onderhandelingen mochten worden afgebroken, nu geen overeenstemming werd bereikt.
De les is dus: een voorkeursrecht geldt maar één keer!
Rb Oost-Brabant 7 december 2016, www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBOBR:2016:6814
Door Rikkert Hoekstra
"