Nieuwsbrief voor overheden

Een ambtenaar is vrijgesteld van het verrichten van werk tot aan het einde van haar dienstverband. De ambtenaar heeft bezwaar gemaakt tegen de vrijstelling van werkzaamheden en onder andere gesteld dat deze feitelijk een schorsing behelst. De Centrale Raad is echter van oordeel dat het besluit tot vrijstelling van werk op één lijn gesteld dient te worden met de toekenning van buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging. De toekenning van een dergelijk (ongevraagd) verlof betreft naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad (uitspraak van 3 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY7858) een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag, die daarom slechts terughoudend wordt getoetst. In dit geval oordeelt de Centrale Raad dat nu het niet meer zinvol werd gevonden om een verbetertraject te laten plaatsvinden en inmiddels was besloten om de aanstelling van betrokkene per 15 december 2010 te beëindigen, geen grond bestaat voor het oordeel dat het bevoegd gezag betrokkene geen vrijstelling had mogen verlenen van het verrichten van werkzaamheden met behoud van bezoldiging.

CRvB 8 mei 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2014:1576  

Door mr. drs. B.F.Th. de Moor  

"

Actualiteiten overzicht