Nieuwsbrief voor overheden
In dit arrest staat de vraag centraal of de huurder van een standplaats, die geruime tijd geen huur heeft betaald, zich terecht op opschorting van huurbetaling beroept.
De gemeente Kampen heeft huurders van een standplaats gedagvaard en ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd, alsmede ontruiming van het gehuurde. Daarnaast vordert zij veroordeling tot betaling van de huurachterstand met wettelijke rente en met vermeerdering van de buitengerechtelijke incassokosten. Een huurder is niet verschenen in de procedure. De andere huurder heeft verweer gevoerd en meegedeeld dat hij alsnog betaald heeft. De kantonrechter heeft – met uitzondering van de gevorderde machtiging – de vorderingen tegen beide huurders toegewezen.
Een van de huurders gaat in hoger beroep en stelt zich op het standpunt dat betaling is opgeschort in verband met gebreken. De gemeente is echter nooit aangesproken tot herstel. Ook is de gemeente niet in kennis gesteld van de te verhelpen gebreken en evenmin is aangekondigd dat de huur zou worden opgeschort tot herstel. Tevens is niets aangevoerd dat volledige stopzetting van iedere huurbetaling gedurende enkele jaren rechtvaardigt.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Het hof oordeelt dat het jarenlang geen huur betalen dermate ernstig is dat dit ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, ook al is de achterstallige huur in de loop van de procedure in eerste aanleg voldaan. Wat er verder nog is aangevoerd, maakt de ernst van de wanbetaling niet minder,
zo stelt het hof.
Moraal van het verhaal is dat een jarenlange huurachterstand de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Het alsnog betalen van de achterstallige huur gedurende de procedure maakt dat op zichzelf niet anders.
Hof Arnhem-Leeuwarden 18 maart 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2014:2164
"